Een overdenking
In Exodus hfst 3 staat dat Mozes een struik zag die in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd. God sprak vanuit de brandende braamstruik: “Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden. Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing …” (Ex 3:7-8)
Dat zegt ons hoe God is! Hij heeft de ellende van zijn volk gezien en hun klachten gehoord! Hij geeft om de mensen! Hij kent ook ónze moeilijkheden. Hij weet het als we ons niet goed voelen, als we pijn hebben, als we vrijheid missen, als we gebukt gaan onder gebreken, eenzaam zijn, uitgesloten en bang … Hij heeft dat gezien en gehoord! En wat leren we nog vanuit de brandende braam? vs8: “Daarom ben ik afgedaald.”
De Heer wil bij ons zijn! Hij laat ons niet alleen in onze angsten, moeite en verdriet. Hij komt ons tegemoet en wil iets doen aan onze moeilijkheden. Hij wil de gebrekkige en wanhopige situatie niet laten voortduren … Als Hij bij ons is zal dat een groot verschil uitmaken!
Daarom was God in een vuur naar Mozes gekomen, en Hij stuurde hem naar zijn volk in Egypte, om hen uit hun slavernij te leiden. En God zou meegaan! Hij zou er voortdurend bij zijn!
God zo te kennen geeft nog meer betekenis aan wat we ‘Pinksteren’ noemen. Op de pinksterdag daalde vuur uit de hemel neer, niet op een braamstruik, maar op mensen! En allen die samen met de apostelen bijeengekomen waren ‘werden vervuld van de heilige Geest’ (Hand 2:4). Ze gingen naar buiten en Petrus sprak de menigte toe, hij zei onder andere: “Bekeer u! Laat u dopen. Dan zult u allen deze gave van de heilige Geest ontvangen” Dat geldt voor alle mensen … (Hand 2 vanaf vs 38).
Zo ontstaat en groeit de kerk … door God die als een vuur de kracht en de opdracht geeft om aan iedereen te vertellen dat Hij om de mensen geeft en hen op te roepen om zich te laten bevrijden uit hun slavernij.
De kerk wordt in het nieuwe testament een tempel genoemd, dat is Gods aanwezigheid onder de mensen. Beseffen wij dat wij Gods tempel voor deze wereld zijn? Tenminste als Gods Geest in ons midden woont, als wij hoofd voor hoofd Gods Geest hebben ontvangen, als een vuur. En als we bijgevolg God iets laten doen aan onze moeilijkheden, en we uit ervaring kunnen zeggen dat God omziet naar de mensen, ieders pijn kent, en bij iedereen wil komen om hulp en vooruitzicht te geven. Hij belooft om tot in eeuwigheid bij ons zijn! (Johannes 14:16)
Laten wij ons inzetten, om goed bij elkaar aan te sluiten tot we een plaats vormen waar God woont door zijn Geest, en uit te reiken in de wereld, want er moeten mensen gered worden!