Wie ben ik?

Matteüs 26:69-74
Petrus zat buiten, op de binnenplaats. Er kwam een dienstmeisje naar hem toe, dat zei: ‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’ Maar hij ontkende dat met klem, zodat allen het konden horen: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ Toen hij wilde weggaan naar het poortgebouw, zag een ander meisje hem. Ze zei tegen de omstanders: ‘Die man hoorde bij Jezus van Nazaret!’ En opnieuw ontkende hij en zwoer: ‘Echt, ik ken de man niet!’ Even later kwamen de omstanders naar Petrus toe, ze zeiden: ‘Jij bent wel degelijk een van hen, trouwens, je accent verraadt je.’ Daarop begon hij te vloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet!’

Petrus kon zichzelf niet zijn. Drie jaar lang had hij met Jezus opgetrokken, hij was altijd bij hem gebleven, in goede en slechte omstandigheden. Hij had veel beleefd met hem. Maar nu Jezus als gevangene in de ambtswoning van Kajafas, de hogepriester, was binnengebracht, en Petrus zich onder de omstaanders wou mengen, slaagde hij er niet meer in om een oprechte leerling van Jezus te zijn. Hij kon op dat moment niet meer zichzelf zijn. Hij had een probleem met zijn identiteit in Christus, zijn reacties op wat de omstaanders zeiden waren sterker dan hemzelf. Hij moet zich achteraf rot gevoeld hebben, beschaamd en met maar één wens… zich te kunnen verbergen.

Dit is reeds de 3de, eigenlijk de 4de post over onze identiteit in Christus. Waarom is dat zo belangrijk?

Identiteit is een ander woord voor ‘wie ik ben’. Je voelt je pas goed in je vel en je zult pas volwaardig en ongedwongen je plaats kunnen innemen tussen de andere mensen, als je weet wie je bent. Dat is ‘weten’ in de zin van beseffen, of er van doordrongen zijn. De kroonprinses is in haar gedragingen en in haar motivatie apart, omdat ze beseft wie ze is. Ook als ze in een heel ander milieu verblijft, waar men haar niet kent, zal ze zich pas goed in haar vel voelen, met de  juiste motivatie haar plaats kunnen innemen en op zijn best kunnen ontplooien, als ze goed beseft wie ze is. 

Het is belangrijk om ons als gelovigen steeds goed bewust te zijn van onze identiteit ‘in Christus’; en ons niet op te houden in milieus waar de sociale druk om niet onszelf te zijn, te groot is. Maar, als het goed is zullen we wel toegroeien naar het ideaal om ons in alle omstandigheden goed in ons vel te kunnen voelen, zonder te moeten zwichten voor druk van wie dan ook, en zonder te moeten toegeven aan neigingen, sommigen noemen dat ongepast ‘behoeften’, die afbreuk doen aan wie we werkelijk zijn, en die ons onrustig maken, onstabiel en ongelukkig, als wij ons laten gaan.

Gezonde sociale contacten zijn deze waarbij we niet overdonderd worden, en waardoor we niet aangezogen worden. De beste manier om mensen te ontmoeten is als wij kunnen kennismaken. Dan delen we eigenlijk altijd een kleine momentopname van onze identiteit. We vertellen dan dingen, zoals waar we werken of studeren, tot welke familie of gemeenschap we behoren, waar we wonen, enz.

We zouden kunnen zeggen dat onze identiteit samenvalt met het complete verhaal van wie ik ben. Bij een oppervlakkige ontmoeting vertellen we deze stukjes van ons verhaal waarbij we ons op ons gemak voelen als we het delen met een nieuw iemand.

Naarmate we meer vertrouwen opbouwen, vertellen we ook de diepere aspecten van wie we zijn: waar we eigenlijk vandaan komen, wat we hebben meegemaakt, wat we geloven en wat we hopen te bereiken. Dit zijn allemaal aspecten van onze identiteit. 

Als we nog dichter tot elkaar genaderd zijn, en ons veilig voelen bij elkaar kunnen we oprecht en vanuit ons hart soms heel intieme dingen delen met elkaar. 

Als ik er zeker van ben dat ik geen parels voor de zwijnen gooi, kan ik vertellen hoe Jezus ingreep in mijn leven en het verdere verloop ervan bepaalde. Ik kan vertellen hoe God altijd bij mij is geweest, zelfs in mijn donkerste momenten, toen ik me het meest alleen voelde. En ik kan vertellen over een moment waar iemand mij ooit echt respect en liefde heeft getoond, wat mij geholpen heeft om te snappen hoe Gods liefde eruit ziet. Ik kan het verhaal vertellen van God die trouw is, en hoe Hij nog steeds bezig is om mij te laten beseffen wat dat betekent.

Als gelovige of volgeling van Jezus heb ik een verhaal dat mij een nieuwe identiteit geeft, niet alleen die van echtgenoot of echtgenote, vader of moeder, vriend of vriendin, waar ik woon, wat voor werk of studies ik doe, maar ik heb ook en vooral het verhaal van mijn geloof en mijn relatie met de Heer, want dat is zo doorslaggevend voor wie ik aan het worden ben.

Mijn identiteit is uitgebreid van een beperkt verhaal van de rollen die ik vervul, naar een identiteit die zoveel meer omvat. Naarmate ik heb geleerd om mijn verhaal anders te vertellen, zal mijn identiteit ook in de praktijk veranderd zijn. En mijn relatie met de Heer zal meer en meer de dominante factor worden van wie ik ben, waar ik voor sta, welke beslissingen ik neem, hoe ik mij gedraag, enz… 

Ieder aspect van mijn identiteit als volgeling van Jezus of van mijn uitgebreid verhaal, draagt bij tot mijn eigenwaarde en mijn stabiliteit, zodat ik onbeschaamd kan uitkomen voor wie ik werkelijk ben.

Een belangrijk aspect – en misschien heb je dat nog nooit gehoord – is het verhaal of de geschiedenis van de grote eeuwenoude familie waar ik deel van uitmaak. Ik volg niet zomaar een wereldvreemde beweging of een sekte, ik ben niet het resultaat van een voorbijgaande commotie of van de nasleep van een trend uit de jaren 70. Neen, ik heb weldegelijk een achtergrond die heel diep in de geschiedenis geworteld is. Iemand die zijn geschiedenis leert kennen ontdekt een meerwaarde voor zijn identiteit, en een duidelijker plaats in de samenleving. 

Als we erover nadenken, is de Bijbel zelf een verhaal. 

De mens werd door God gecreëerd maar ging zijn eigen weg, waardoor hij in onwetendheid en waanwijsheid, in hebzucht en wellust zijn menselijkheid verloor en gedoemd was tot aftakeling. 

God nam de draad met de gevallen mensheid weer op, toen hij een verbond sloot met Abraham en zijn nageslacht. Maar het bleek onmogelijk om de mensheid weer goed te laten functioneren, want het volk dat God had uitverkoren om de drager van de oplossing te zijn, bleek zelf een deel van het probleem te worden. 

Dan heeft God zelf, in de persoon van zijn Zoon Jezus Christus, de oplossing en de hoop in deze wereld gebracht. Bij de mensen die Jezus hadden verwelkomd en die in hem hadden geloofd, bracht hij een ommekeer. Zij gingen anders denken en anders leven, vanuit een kracht die boven-menselijk is, en met een geloof en hoop die iemand verder laat kijken dan de zichtbare toestand. Het resultaat was en is nog steeds mensen die door God zelf opgevoed worden om elkaar te leren liefhebben, en om met een innerlijke vrede die alle verstand te boven gaat, hun leven op aarde tot een goed einde te brengen, met de zekerheid van een eeuwigdurend leven bij de Heer in de hemel, en later in een gecombineerde nieuwe hemel en nieuwe aarde. We lezen in de bijbel dat geen oog ooit heeft gezien en geen oor ooit heeft gehoord en dat in geen mensenhart ooit is opgekomen, wat God heeft bereid voor degenen die Hem liefhebben. (1 Korintiërs 2:9) 

Als we de Bijbel lezen, God leren kennen in het verhaal, en als we zijn woorden op onszelf toepassen, dan gaan we zien hoe ons eigen persoonlijke verhaal past in de grootse geschiedenis die God aan het schrijven is. De geschiedenis van de bijbel wordt onze geschiedenis en vertelt ons meer van ons eigen verhaal. We gaan onszelf zien als deel van een groter verhaal, en we beseffen in deze context hoe Christus in ons persoonlijke verhaal is binnengedrongen, in details die we anders over het hoofd zouden zien.

Wat kan ik nog meer doen om mijn identiteit in Christus te leggen? Of om mijn nieuwe leven in Christus te ontplooien? 

  1. Een gewoonte die ik zeker behoor af te leren is om te “faken”, net te doen alsof en mijzelf een imago aan te meten. Als ik fake kan mijn echte ‘ik’ er nooit uit komen. Ik moet er leren op vertrouwen dat Jezus op een heel unieke manier in mij gestalte zal krijgen. Het gaat er niet om hoe ‘ik’ graag zou zijn, maar hoe mijn Schepper mij aan ’t vormen is. Dat gaat mijn verbeeldingskracht te boven, en ik hoef ook niet teveel met mijzelf bezig te zijn. Als mijn oog maar gericht is op Jezus, de leidsman en voltooier van mijn geloof. 

Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. Ef 2:10 NBG

  1. Waaraan ik ook zal moeten wennen, is dat een leerling niet boven zijn meester staat en een dienstknecht niet boven zijn heer. Als men Jezus vervolgd heeft, zal men ook mij vervolgen, want ik leef temidden van mensen die niet weten wie de Vader is die Jezus, en tenslotte ook mij gezonden heeft (Johannes 15:20-21). Maar ik zal vrienden vinden onder hen die zich aan Jezus’ woorden houden. Wij zoeken echter geen steun door elkaar te benaderen als lotgenoten in een vijandige wereld, doch wel door met elkaar om te gaan als medeleerlingen en medestrijders of mensen met hetzelfde geloof en dezelfde opdracht. 

Als mijn leven ‘Christus’ is, leidt ik het bestaan van een gezondene, niet van een gesettelde die vooral klaagt over zijn situatie.

  1. Ik moet ook het geheim ontdekken dat mij behoedt voor fundamentele eenzaamheid en verworden tot een minderwaardige of waardeloze persoon. Dat is het geheim van wezenlijke verbondenheid met mijn Heer (Johannes 15:6), of van het leven in een verbond of in een liefdesrelatie met Hem. Volgens de eerste brief van Johannes, 4:10, is het wezenlijke van de liefde niet dat ik God liefheb, maar dat hij mij liefheeft, en dat hij zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor mijn zonden. Mijn inbreng in de liefdesrelatie, is de wederliefde die door Jezus wordt omschreven in het evangelie van Johannes, 14:21 ‘Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief’. Wat mij behoedt voor fundamentele eenzaamheid en voor verval in waardeloosheid is mijn inzet voor ‘gehoorzaamheid’.

Alhoewel mijn vrijheid en mijn geluk hierin ligt dat ik in de praktijk kan worden wie ik in wezen ben, zoek ik geen voldoening in zelfontplooiing, maar wel in gehoorzaamheid.

Dat klinkt in deze tijd verachtelijk, omdat het doet denken aan structurele onderdrukking. Maar gehoorzaamheid is wel degelijk deel van mijn identiteit, want Christus’ leven bestond alleen maar uit gehoorzaamheid. Waarom is dat structurele vrijheid en geen onderdrukking? Omdat ik mijzelf iedere dag opnieuw geef aan Hem die mij liefheeft. Alleen als ik volmondig akkoord ben, zal Hij mijn leven vullen, zonder iets van mijn waardigheid weg te nemen, integendeel, het is zijn bedoeling dat ik mij niet laat misleiden, dat ik mijn verantwoordelijkheden tenvolle draag, en mijn vrijheid bewaar en cultiveer.

Ik vertrouw de Heer en heb grote verwachtingen van Hem die nooit uit eigenbelang gehandeld heeft, maar zichzelf heeft prijsgeven voor de mensheid. Hij vertrouwt mij vrijheid toe, want ik ben mede-erfgenaam van de overwinning die Hij behaald heeft op de bedrieglijke wijsheid en de rijkdom waardoor de meerderheid in deze wereld verleid wordt.

Ik zelf vind dat dit een fantastisch leven oplevert, maar dat contrasteert met de mening van een massa andersdenkenden, de bijbel noemt hen onwetenden. Daarom ben ik ook een gezondene, de afgezant van een vreemde voor deze wereld. Mijn leven is eenvoudig maar zinvol, omdat het eeuwig is en omdat het niet op mijzelf gericht is. 

Want ‘leven’ is voor mij Christus.

Marcel, 28 november2021

Eén opmerking over 'Wie ben ik?'

Plaats een reactie