Beginnen met Christus

Samen ontdekken wat het christelijk geloof en leven inhoudt

Gebaseerd op ‘To Be a Christian’ van J. I. Packer

Deel 1
Beginnen met Christus

Inleiding

In een aantal bijeenkomsten willen we ontdekken wat het betekent om een christen te zijn. Deze en de volgende begeleidende leesteksten laten zien wat wezenlijk is voor het christelijk geloof en leven. Ze kunnen voor jou de deur openen naar het kennen van Jezus Christus en het ervaren van de wonderlijke liefde van God door hem. Als je zijn onderricht volgt, zal het je helpen een burger van Gods koninkrijk te worden en volledig betrokken te raken bij het leven en de zending van zijn Kerk. En het zal je verankeren in de werkelijkheid van Gods onuitblusbare vreugde, beginnend in dit leven en ten volle bloeiend in het toekomstige leven.

Toch kan iemand deze dingen begrijpen en er toch niet bij betrokken raken. Om Gods liefde voor jou te kennen, moet je Jezus Christus kennen en liefhebben, en je aan hem toewijden als zijn levenslange leerling in zijn gemeenschap, de Kerk. Het eerste deel van deze reeks bijeenkomsten wil je helpen die stap te zetten, als je dat nog niet hebt gedaan.

Of je nu wel of niet in de Kerk bent opgegroeid, christen zijn vraagt om een bewuste, persoonlijke toewijding aan Jezus Christus, vergelijkbaar met de toewijding die een mens aangaat in een huwelijk. Christen zijn is een proces van steeds verder gaan in trouw aan Jezus vanaf dat moment.

Om deze toewijding aan Jezus te kunnen maken, moet je de kernzaken weten over wie hij is en wat hij voor jou heeft gedaan. Dit is het Evangelie (het goede nieuws) van Jezus Christus.

Het Evangelie

God schiep de wereld en maakte ons om in een liefdesrelatie met hem te leven. Hoewel goed geschapen, is de menselijke natuur dodelijk beschadigd geraakt, en nu zijn wij allen uit de pas met God. In bijbelse taal: wij zijn zondaars, schuldig voor God en van hem gescheiden. Het goede nieuws van het Evangelie is dat God in Jezus Christus liefdevol heeft ingegrepen om ons uit deze ernstige situatie te redden.

De kernfeiten van deze goddelijke redding zijn de volgende: God de Vader zond zijn eeuwige Zoon in deze wereld om ons met zichzelf te verzoenen, ons vrij te maken om hem lief te hebben en te dienen, en ons voor te bereiden om in het komende leven zijn heerlijkheid te delen. Jezus werd geboren uit de maagd Maria door de Heilige Geest, leefde een volmaakt leven, stierf voor onze zonden, en stond lichamelijk op uit de dood om ons bij God terug te brengen. Jezus heeft gezag gekregen van zijn Vader en regeert nu in de hemel als Koning over alle dingen en bevordert Gods koninkrijk over de hele wereld. In de volheid van de tijd zal Jezus terugkeren om zijn koninkrijk definitief in heerlijkheid op aarde te vestigen, en alles zal vernieuwd worden.

Heersend in de hemel over alle dingen blijft Jezus Christus zondaars tot zich trekken. Hij stelt ons door zijn Heilige Geest in staat ons van harte af te keren van onze zondige en zelfzuchtige wegen (bekering), en ons geheel aan hem toe te vertrouwen om in eenheid en gemeenschap met hem te leven (geloof). In geestelijke termen is zonde de weg van de dood, en gemeenschap met Christus de weg van het leven.

Ons tot Christus keren

Ons tot Christus keren brengt ons in gemeenschap met God. De doop markeert het begin van dit nieuwe leven in Christus. De apostel Petrus verkondigde het Evangelie en zei: “Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen” (Handelingen 2:38 HSV). Door geloof, bekering en doop worden we geestelijk verenigd met Jezus en worden we kinderen van God de Vader. Jezus zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Johannes 14:6 HSV). Wanneer wij door Jezus Christus tot de Vader komen, verlicht God-de-Heilige-Geest ons verstand en ons hart om hem te kennen, en worden wij geestelijk opnieuw geboren tot nieuw leven. Om als christenen trouw te blijven leven, moeten wij vertrouwen op de kracht en gaven die de Heilige Geest aan Gods volk geeft.

Toen de leerling Thomas de opgestane Jezus ontmoette, beleed hij: “Mijn Heer en mijn God!” (Johannes 20:28). Om christen te zijn moet je, zoals Thomas, je van harte onderwerpen aan de levende Christus als jouw Heer en God. De Heer Jezus kennen betekent persoonlijk in hem geloven, je leven aan hem overgeven door bekering en doop, en leven als één van zijn vreugdevolle volgelingen.

Een goed begin om deze toewijding van geloof en bekering te bevestigen, is door God een gebed te brengen waarin je

  • je zonden belijdt aan God, zo specifiek mogelijk, en je ervan afkeert (bekering);
  • God dankt voor zijn barmhartigheid en vergeving die je in Jezus Christus ontvangt;
  • belooft om Jezus te volgen en te gehoorzamen als je Heer;
  • de Heilige Geest vraagt je te helpen om trouw te zijn aan Jezus terwijl je groeit naar geestelijke volwassenheid.

Een voorbeeld van zo’n gebed is het volgende:

Almachtige Vader,

ik belijd dat ik tegen U gezondigd heb in mijn gedachten, woorden en daden (in het bijzonder ___________________).

Ik heb er werkelijk spijt van en ik bekeer mij ootmoedig.

Dank U dat U mijn zonden vergeeft door de dood van uw Zoon, Jezus.

Ik keer mij tot U en geef U mijn leven.

Vul en versterk mij met uw Heilige Geest om U lief te hebben,

Jezus als mijn Heer te volgen in de gemeenschap van zijn Kerk,

en elke dag meer op hem te gaan lijken.

Amen.

Volgende Stappen

Christen zijn betekent deel uitmaken van Gods familie, de Kerk. Niemand behoort te proberen om in zijn eentje christen te zijn. Als je deze toewijding voor de eerste keer maakt—of al enige tijd geen praktiserend christen bent geweest—zijn dit enkele verdere stappen die je kunt nemen

  • Deel je toewijding zo snel mogelijk met een of meer christenen en met een geestelijk begeleider, zodat zij voor je kunnen bidden.
  • Als je nog niet verbonden bent met de kerk, sluit je dan aan bij een kerkgroep die trouw is aan de Bijbel. Als je al verbonden bent, maar niet actief meedoet, zoek dan naar manieren om je betrokkenheid te verdiepen.
  • Als je nu een volgeling van Jezus Christus wordt en nog niet gedoopt bent, is het belangrijk dat je met je geestelijk begeleider spreekt over de voorbereiding op de doop. Het is ook belangrijk om te bidden om Gods hulp en geestelijke bescherming.
  • Als je al gedoopt bent maar je geloof niet hebt uitgeleefd, is het gepast om je zonden te belijden en je geloof opnieuw te bevestigen in de aanwezigheid van je geestelijk begeleider
  • Om te groeien in je nieuwe leven in Christus, is het van levensbelang dat je deelneemt aan regelmatige erediensten, bijbelstudie, gebed en christelijke gemeenschap.

Tot persoonlijk geloof in Christus komen

Tot geloof in Christus komen is een ingrijpende beslissing die men gemakkelijk voor zich uit kan schuiven. Als je nog niet zover bent om deze stap te zetten, maar wel God blijft zoeken, kun je het volgende gebed bidden:

O God, wilt U Uzelf aan mij openbaren. Kom dicht bij mij nu ik U zoek. Open mijn ogen om uw waarheid te zien. Toon mij die dingen in mijn hart en gedachten die mij verhinderen om geloof in U te hebben. Help mij om Jezus Christus te kennen en te vertrouwen. En leid mij naar mensen die mij kunnen helpen terwijl ik U tracht te leren kennen.

God zal altijd zulke gebeden verhoren die met geduld, volharding en nederigheid tot Hem worden opgezonden. Terwijl je deze en de volgende leesteksten bestudeert, bidt dan voortdurend dat je God steeds dieper zult leren kennen.

Om meer helderheid en verdere toelichting te geven, en met het oog op onderwijs en leren, zullen deze zaken nu in vraag- en antwoordvorm worden uiteengezet.

Zodra ik het Evangelie ontvang en geloof, behoor ik mijn zonden te belijden, geloof te stellen in Jezus Christus als mijn Heiland en Heer, en mij voor te bereiden op de doop. “Nu is het de dag van redding.”
(2 Korintiërs 6:2; zie ook Psalm 32; Jesaja 55:6–7; Handelingen 2:37–39)

Het Heil (Redding)

1. Wat is de menselijke toestand?

Hoewel de mens goed geschapen is en bestemd voor gemeenschap met de Schepper, is de mens van God afgesneden door zelfzuchtige opstand tegen Hem. Dit heeft geleid tot wetteloos leven, schuld, schaamte, dood en de vrees voor het oordeel. Dit is de staat van de zonde.
(Genesis 3:1–13; Psalm 14:1–3; Matteüs 15:10–20; Romeinen 1:18–23; 3:9–23)

2. Wat is het Evangelie?

Het Evangelie is de blijde boodschap dat God de wereld liefheeft en redding van de zonde aanbiedt door zijn Zoon, Jezus Christus.
(Psalm 103:1–13; Jesaja 53:4–5; Johannes 3:16–17; 1 Korintiërs 15:1–5)

3. Hoe beïnvloedt de zonde u?

De zonde vervreemdt mij van God, mijn naaste, Gods goede schepping en van mijzelf. Buiten Christus ben ik hopeloos, schuldig, verloren, machteloos en wandel ik op de weg van de dood.
(Genesis 3:14–19; Psalm 38; Jesaja 53:6; 59:1–2; Romeinen 6:20–23)

4. Wat is de weg van de dood?

De weg van de dood is een leven zonder Gods liefde en Heilige Geest, een leven beheerst door dingen die mij geen eeuwige vreugde kunnen schenken, leidend tot duisternis, ellende en eeuwige verdoemenis.
(Genesis 2:16–17; Deuteronomium 28:15–19; Spreuken 14:12; Johannes 8:34; Romeinen 1:24–25)

5. Kunt u uzelf redden van de weg van zonde en dood?

Nee. Ik heb geen macht om mijzelf te redden, want de zonde heeft mijn geweten verdorven, mijn denken verward en mijn wil gevangen genomen. Alleen God kan mij redden.
(Psalm 33:13–19; Jesaja 43:8–13; Johannes 3:1–8; Efeziërs 2:1–9)

6. Hoe redt God u?

God vergeeft mijn zonden en verzoent mij met zichzelf door zijn Zoon, Jezus Christus, die Hij aan de wereld heeft gegeven als een onverdiend geschenk van liefde. “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”
(Johannes 3:16; zie ook Psalm 34; Zacharia 12:10–13:2; Romeinen 3:23–26)

7. Waarom redt God u?

Omdat Hij mij liefheeft, redt God mij van de zonde en het oordeel, opdat ik Hem zou liefhebben en dienen tot zijn eer.
(Psalm 98; Jesaja 42:5–9; Johannes 3:17; Romeinen 5:8–10; 2 Korintiërs 5:18–21; Efeziërs 1:3–14)

8. Wie is Jezus Christus?

Jezus is de eeuwige Zoon van God, de Heiland der wereld. Volledig God, nam Hij onze menselijke natuur aan, stierf Hij aan het kruis voor onze zonden, stond Hij op uit de dood, voer Hij op naar de hemel, en regeert Hij nu als Heer en Koning over heel de schepping. (Numeri 21:4–9; Psalm 110; Johannes 3:13–15; Filippenzen 2:5–11; Kolossenzen 1:15–20)

9. Is er enige andere weg tot redding?

Nee. De apostel Petrus zei over Jezus: “In niemand anders is er redding” (Handelingen 4:12). Jezus is de enige die mij kan redden en met God verzoenen.
(Psalm 2; Jesaja 42:1–4; Johannes 14:5–6; 1 Timoteüs 2:5–6)

10. Hoe behoort u te antwoorden op het Evangelie van Jezus Christus?

Zodra ik het Evangelie ontvang en geloof, behoor ik mijn zonden te belijden, geloof te stellen in Jezus Christus als mijn Heiland en Heer, en mij voor te bereiden op de doop. “Nu is het de dag van redding.”
(2 Korintiërs 6:2; zie ook Psalm 32; Jesaja 55:6–7; Handelingen 2:37–39)

11. Wat betekent het voor u om berouw te hebben?

Berouw betekent dat ik een verandering van hart onderga, mij afwend van het zondig dienen van mijzelf en mij keer tot het dienen van God, terwijl ik Jezus Christus volg. Voor deze verandering heb ik Gods hulp nodig.
(Psalm 51:16–17; Jesaja 57:15–19; Handelingen 3:19–21; 1 Johannes 2:1–2)

12. Wat betekent het voor u om geloof te hebben?

Geloof betekent dat ik erken dat het Evangelie de waarheid is: dat Jezus voor mijn zonden gestorven is, uit de dood is opgestaan en over mijn leven regeert. Daarom vertrouw ik mijzelf aan Hem toe als mijn Heiland en gehoorzaam ik Hem als mijn Heer.
(Psalm 40:1–10; Spreuken 3:5–8; Johannes 1:9–13; Romeinen 10:9–10; Hebreeën 11:1, 6)

13. Hoe kunt u berouw hebben en geloof stellen in Jezus Christus?

Met Gods hulp kan ik mijn zonden erkennen en mij daarvan afkeren, het geschenk van Gods genade in Jezus Christus ontvangen, en het nieuwe leven omarmen dat Hij mij vrijelijk schenkt. [Een manier om dit te doen is door oprecht te bidden, zoals beschreven in de sectie “Tot Christus komen” hierboven.]
(Psalm 86:1–7; Joël 2:32; Handelingen 16:30–34; Romeinen 10:11–13; Hebreeën 12:1–2)

14. Wat behoort u te doen als teken van uw berouw en geloof?

Wanneer ik geloof behoor ik ook gedoopt te worden in de dood en opstanding van Jezus Christus, en zo deel te krijgen aan zijn Lichaam, de Kerk. Daarbij hoort dat ik onderricht zoek bij een geestelijke leider, en leer om mijn zonden te erkennen, aan de Heer te zeggen en te streven naar een zuiver hart en naar heilig-making in relatie met de Heer. Dit is het werk van de Heilige Geest en het hart van mijn leven als christen.
(Psalm 51:5–7; Ezechiël 36:25–27; Matteüs 28:19–20; 1 Korintiërs 12:13; 1 Petrus 3:18–22)

15. Wat schenkt God in uw nieuwe leven in Christus?

God schenkt mij verzoening met Hem (2 Korintiërs 5:17–19), vergeving van mijn zonden (Kolossenzen 1:13–14), vereniging met Hem in Christus (Romeinen 6:3–5), aanneming tot zijn kinderen (Galaten 4:4–7), burgerschap in zijn Koninkrijk (Efeziërs 2:19–21; Filippenzen 3:20), nieuw leven in de Heilige Geest (Titus 3:4–5), en de belofte van het eeuwige leven (Johannes 3:16; 1 Johannes 5:12).

16. Wat wil God in uw leven in Christus volbrengen?

God wil mij bevrijden van de macht van de zonde en mij door de kracht van zijn Heilige Geest omvormen naar het beeld van Jezus Christus.
(Exodus 33:18–23; 34:29–35; Psalm 27:4, 7–14; Matteüs 17:1–9; Romeinen 6:5–11; 2 Korintiërs 3:12–18)

17. Door welke middelen zal God u omvormen naar het beeld van Jezus Christus?

De eerste christenen “hielden zich trouw aan het onderricht van de apostelen en aan de gemeenschap, aan het breken van het brood en aan de gebeden” (Handelingen 2:42). Volgens dit patroon zal ik in het leven van de Kerk worden omgevormd door het lezen van de Schrift, deelnemen het heilige avondmaal, door aanbidding en gebed, door gemeenschap met Gods volk en door liefdevol getuigenis aan de wereld.
(Deuteronomium 6:1–9; 2 Kronieken 7:1–3; Psalm 1; Handelingen 2:42–47; Hebreeën 10:23–25)

Een Gebed om Gods Liefde

Almachtige God, U hebt de wereld zo liefgehad dat U uw eniggeboren Zoon gegeven hebt, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft: Schenk in onze harten die allerhoogste gave van de liefde door uw Heilige Geest, zodat wij ons mogen verheugen in de erfenis die ons toekomt als uw zonen en dochters, en mogen leven tot lof en eer van uw Naam, door Jezus Christus. Amen.