Eenheid

Het hart van christelijke eenheid

Praktische of feitelijke eenheid onder gelovigen begint met praktische of feitelijke kennis van Hem die ons één maakt. We kunnen niet echt over eenheid spreken zonder onze Heer echt te kennen, echt te aanbidden en echt na te volgen of te gehoorzamen!

Kennis van de Heer wordt pas praktisch of feitelijk als ons eigen leven er praktisch of feitelijk door beïnvloedt wordt, nadat Hij ons heeft geraakt in het diepste van ons wezen. De bijbel noemt dit “heiliging”.

Exodus 31:12-13 NBV
De HEER zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Neem wel steeds mijn sabbat in acht, want elke generatie opnieuw is die dag voor mij en voor jullie een teken dat eraan herinnert dat ik, de HEER, jullie geheiligd heb.

1 Petrus 1:14-16 NBV
Wees als gehoorzame kinderen en geef niet opnieuw toe aan de begeerten waardoor u vroeger, toen u nog onwetend was, werd beheerst, maar leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: ‘Wees heilig, want ik ben heilig.’ (Leviticus 11:44-45, 19:2, 20:7)

Hebreeën 13:12 NBV
Daarom heeft ook Jezus, om met zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de stadspoort geleden.

1 Tessalonisenzen 5:23-24 NBV
Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand.

De Heer is een God die heiligt. Net als de Israëlieten destijds bevrijd werden uit de dwingelandij van Egypte om God vrijwillig te kunnen volgen en dienen, worden wij bevrijd uit de dwingelandij van het goddeloze leven en de eigen begeerten, om uit liefde te kunnen doen wat onze Heer wil en Hem daar ook nog dankbaar voor te zijn. De Israëlieten stapten doorheen de Rode Zee naar hun nieuw, heilig wordend leven. Jezus ging ons voor doorheen de dood naar een compleet vernieuwd leven, zuiver en heilig. Lees Lucas 9:22-26 over het dagelijks volgen van Jezus, doorheen veel lijden en verliezen van het leven, naar een nieuw, heilig wordend leven, dat eindigt in hemelse volmaaktheid. Net als Paulus in zijn brieven de Romeinen (1:7) en Korintiërs (1Kor.1:2) aanspreekt als ‘heiligen’, kunnen ook wij tot deze categorie gerekend worden. Want in navolging van of gehoorzaam aan wat Jezus zegt kunnen wij alles in ons dat nog onheilig is verloochenen of afleggen zoals Hij zijn leven heeft afgelegd (zie ook Romeinen 6:5-13, 8:12-13, Galaten 5:24-25, Filippenzen 3:10-11). Laat het echter duidelijk zijn dat niets in het heiligingsproces eigen verdienste kan zijn, alles is het effect van Gods actie of van zijn ‘grote daden‘ (zie hieronder 1Petrus 2:9). De bijbel gebruikt hiervoor het woord ‘genade’ (1 Korintiërs 15:10, Efeziërs 2:8-10). Het is God die heiligt.

Wie zijn wij als kerk?

U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.

1 Petrus 2:9 NBV

We zijn uitverkoren omdat we verbonden zijn met Christus, de door God uitverkoren hoeksteen (1 Petr 2:4,6). Verzen 7 en 8 van 1 Petr 2 onderscheiden de gelovigen of zij die op de hoeksteen vertrouwen, van hen die Gods woord niet gehoorzamen. 

Heiliging is als uitverkorene apart gezet worden, heilig voor God en daarom in vele aspecten afgescheiden van hen die leven naar wat goed is in eigen ogen.

We worden geheiligd om samen met de andere uitverkorenen een koninkrijk van priesters, een heilige natie te vormen, het volk van God.

Ontdoe u dus van alles wat slecht is, van alle bedrog en huichelarij, alle afgunst en kwaadsprekerij (1 Petr 2:1 NBV). Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen (2:4). Laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilig priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn. In de Schrift staat immers: ‘In Sion leg ik een hoeksteen die ik heb uitgekozen om zijn kostbaarheid; wie daarop vertrouwt, komt niet bedrogen uit.’ (2:5-6)

De Heer heiligt ons, wat betekent dat het in de eerste plaats zijn initiatief is, en dat hij alles zal voorzien wat nodig is omdat wij met hem verbonden zouden blijven (= genade). Dit lukt als ook wij beslissen en er ons blijven voor inzetten om met Hem verbonden te zijn (= gehoorzaamheid). 

Dit wordt het nieuwe verbond in Jezus’ bloed genoemd. En het is verwezenlijking van liefde en eenheid.

Johannes 14:15-17, 20-21 NBV
Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven.

Dan zul je begrijpen dat ik in mijn Vader ben, dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben. Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.’ 

Johannes 17:21-23 NBV
Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad

Romeinen 5:5-6, 8 NBV
Hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is. Toen wij nog hulpeloos waren is Christus immers voor ons, die op dat moment nog schuldig waren, gestorven. 

God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is

Lucas 22:20 NBV
Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.’

Exodus 24:6-8 NBV
Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen, de andere helft goot hij tegen het altaar. Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor, en zij zeiden: ‘Alles wat de HEER gezegd heeft zullen we ter harte nemen.’ Toen nam Mozes het bloed en besprenkelde daarmee het volk. ‘Met dit bloed,’ zei hij, ‘wordt het verbond bekrachtigd dat de HEER met u heeft gesloten door u al deze geboden te geven.’

Een koninkrijk van priesters

Toen Mozes het volk in de woestijn bij de berg Sinaï had gebracht, sprak God via hem: “Jullie hebben gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken – want de hele aarde behoort mij toe. Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.” (Exodus 19:4-6) 

Dit laatste is meer een opdracht dan een status. Echter geen losstaande eis, maar een opdracht die omringd is door Gods zorg en daden. Het door God bevrijde volk zal zijn opdracht om ‘een koninkrijk van priesters’ en ‘een heilig volk’ te zijn alleen maar in praktijk kunnen brengen door ‘Gods woorden ter harte te nemen en zich aan het verbond met Hem te houden’.   

Naar God luisteren en zijn verbond naleven is Hem als Heer of Koning erkennen en dienen. Het volk gedraagt zich dus als een koninkrijk. ‘Hem dienen’ wordt als priesterlijke taak voorgesteld. Een priester is een figuur die bemiddelt tussen God en mens. In zijn dienst aan God, voorgesteld door offers, vertegenwoordigt hij anderen. Gods volk verricht dus zijn priesterdienst niet alleen voor interne redenen, maar ook en vooral met het oog op de andere volken, om de zegen die op Abrahams nageslacht rust ook naar ‘alle geslachten van de aardbodem’ te doen uitgaan (Genesis 12:2-3). 

De weg waarlangs die zegen tot de volken zal komen, is de weg van ‘luisteren’ en ‘naleven’. Dit wil zeggen door gehoorzaamheid. Dat bleek zo al in het leven van Abraham (Gen 22:18) ‘alle volken van de aarde zullen gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent’, en zal ook tot stand moeten komen door de gehoorzaam­heid van het nageslacht van Abraham.

Dezelfde principes gelden voor het nieuw testamentische volk van God. Door ons geloof zijn wij immers ook kinderen van Abraham (Galaten 3:7-9), d.w.z. kinderen van de belofte (Gal 4:28). Eens waren we geen volk, nu zijn we Gods volk (1 Petrus 2:10), een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om zijn grote daden te verkondigen (1 Petr 2:9). Ook van ons wordt gehoorzaamheid gevraagd, niet alleen voor interne redenen of eigen heiliging, maar ook en vooral om Gods grote daden of zijn genade, inclusief bevrijding of redding en heiliging wereldwijd te verspreiden.

Handelingen 1:8 (GNB)
‘Wanneer de heilige Geest over jullie komt, zul je kracht krijgen, en jullie zullen getuigenis van mij afleggen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, ja, tot in de verste delen van de wereld.’ 

Matteüs 28:19-20 (GNB)
Trek eropuit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest. Leer hun alles onderhouden wat ik jullie heb opgedragen.

Een volk dat God zich verworven heeft

Kunnen en zouden wij als kerk deze term “volk” op onszelf toepassen, in het verlengde van wat God begonnen is met Abraham? Natuurlijk! Het zegt dat ieder van ons een plaats inneemt in het complete, samenhangende verhaal van de bijbel. Wij maken als kerk van vandaag deel uit van een volk, dat geworteld is in een reële, goed gedocumenteerde geschiedenis die duizenden jaren terug gaat. Wij dragen allemaal, omdat we behoren tot dat volk, een gemeenschappelijk geestelijk DNA, en we hebben een gemeenschappelijke zending die ons samenbindt. 

Niemand behoort echter tot dit volk door afstamming of een bloedlijn, maar omdat God de belofte aan Abraham aan hem of haar waarmaakt (zie Romeinen 9). Dit is de belofte dat Hij Abraham, zijn nageslacht en met zijn nageslacht alle volken der aarde zou zegenen (Genesis 12:3, 22:18, 26:4, 28:14). We behoren tot Gods volk omdat wij ons onderscheiden door ons welzijn uit zijn hand te ontvangen en het niet elders te zoeken. Wij vertegenwoordigen Gods Naam (d.w.z. wie Hij is en wat Hij doet) door trouwe erfgenamen te zijn van zijn belofte. Daarenboven aanzien wij het als onze taak en deze van alle mensen, om voor hem het beheer over zijn schepping te voeren. Dit houdt in dat het een basis-levenskeuze is om in ons karakter, onze gedachten en onze daden zijn evenbeeld te willen zijn, en hem ook zo op aarde te willen vertegenwoordigen (Genesis 1:26-28). Maar geen mens wil en kan deze taak opnemen en tot een goed einde brengen, tenzij als instrument van Gods grote daden, of als bewuste erfgenaam van Gods belofte, eensgezind en in harmonie met allen die deel uitmaken van het volk dat God zich daartoe verworven heeft.

In zijn brief aan de Romeinen, hoofdstuk 4 schrijft Paulus: 14 Als men op grond van de wet erfgenaam zou zijn, zou het geloof zijn betekenis hebben verloren en de belofte zijn ontkracht. 16 de belofte had alles te maken met vertrouwen omdat ze een gave van God moest zijn, want alleen zo kon ze voor heel het nageslacht blijven gelden. Niet alleen voor wie de wet heeft, maar ook voor wie op God vertrouwt zoals Abraham, die de vader van ons allen is. 17 Er staat immers geschreven: ‘Ik heb je een vader van vele volken gemaakt.’ En hij is dit ten overstaan van God, op wie hij vertrouwde, die de doden levend maakt en in het leven roept wat niet bestaat.

In de brief aan de Galaten schrijft hij, hfst 3:6-9 Van Abraham wordt gezegd: ‘Hij vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.’ U ziet dus dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn. Nu heeft de Schrift voorzien dat God ook andere volken door geloof zou aannemen en daarom aan Abraham verkondigd: ‘In jou zullen alle volken gezegend worden.’ En dus wordt iedereen die gelooft samen met Abraham, de gelovige, gezegend. 

En verder in vers 18 als de erfenis afhankelijk van de wet zou zijn, zou ze niet afhankelijk zijn van de belofte, maar het is nu juist door zijn belofte dat God zijn genade aan Abraham heeft geschonken. 

En vers 26-29 door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus. En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.

Daarom kan Petrus schrijven over de kerk, dat is over iedereen die zich als levende steen bij Christus Heeft gevoegd, bij de hoeksteen van Gods bouwwerk, zijn geestelijke tempel: “Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk” 1Petrus 2:10 in de context vanaf vers 4.

Wat is onze missie als kerk?

Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak (2 Timoteüs 1:9 NBV)  

Zoals reeds gezegd hebben wij als volk van God de missie om in deze wereld Gods Naam te vertegenwoordigen, d.w.z. dat wij door wie wij zijn en wat wij doen, laten zien wie de God is voor wie wij uitkomen, en wat Hij doet. Dit komt er op neer dat we in woord en daad de grote daden verkondigen van hem die ons uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht (1 Petrus 2:9)

Door als volk God te erkennen en gehoorzaam na te volgen, door omwille van contact met God reinheid en heiligheid na te streven, en onszelf als samenhangend geheel op te bouwen in liefde (Efeziërs 4:16), vervullen wij ook de missie om een voorbeeld en een uitnodiging te zijn voor alle mensen, de opdracht van onze Schepper te ontdekken en na te komen: Drager te zijn van zijn beeld, en zo voor Hem de aarde te beheren (Genesis 1:26-28).

Door “onszelf te zijn” en als bouwstenen van een geestelijke tempel met elkaar een eenheid te vormen, vervullen wij de funtie van “priesters”.