Geloven in Christus

Samen ontdekken wat het christelijk geloof en leven inhoudt

Gebaseerd op ‘To Be a Christian’ van J. I. Packer

Deel 2
Geloven in Christus
Wie is Christus?

• Jezus Christus is de Zoon van God, vanuit de hemel naar de wereld gezonden, om die te redden uit het oordeel.
(Johannes 3:17)

• Hij is de Messias, de vervulling van Gods beloften, de Koning van het Koninkrijk van God.
(Handelingen 2:36)

• Het eeuwige Woord dat mens geworden is.
(Johannes 1:1-3,14)

• Hij is zowel waarachtig God als waarachtig mens.
(Kolossenzen 2:9,Hebreeën 2:14)

Wat heeft Christus gedaan?

• Hij heeft onze zonden gedragen aan het kruis en verzoening tot stand gebracht.
(1 Petrus 2:24; 2 Korintiërs 5:21)

• Hij is lichamelijk opgestaan uit de dood, als eersteling van de nieuwe schepping
(1 Korintiërs 15:3–4, 20).

• Hij is opgevaren naar de hemel en regeert nu als Heer
(Handelingen 1:9; Efeziërs 1:20–22).

• Hij zal terugkomen om alles nieuw te maken en te oordelen in gerechtigheid
(Handelingen 17:31; Openbaring 21:5).

Wat betekent het om werkelijk in Christus te geloven?

• Vertrouwen: niet alleen instemmen met feiten, maar je hele leven toevertrouwen aan Hem 
(Johannes 3:16; Galaten 2:20).

• Bekering: je afkeren van zonde en je eigen weg, en je richten op God
(Marcus 1:15; Handelingen 3:19).

• Verbondenheid: geloven betekent één worden met Christus, zodat zijn dood en opstanding ook ons leven worden
(Romeinen 6:3–5; Kolossenzen 3:1–3).

• Navolging: Hem volgen in gehoorzaamheid, liefde en hoop
(Lukas 9:23; Johannes 14:15).

Wat is de vrucht van geloof in Christus?

• Vergeving en verzoening met God
(Romeinen 5:1; Kolossenzen 1:13–14).

• Nieuw leven door de Geest: wedergeboorte, adoptie als kind van God
(Johannes 1:12; Romeinen 8:14–16).

• Heiliging: een leven dat steeds meer op Christus gaat lijken
(2 Korintiërs 3:18; 1 Thessalonicenzen 4:3).

• Hoop op heerlijkheid: eeuwig leven in de nieuwe schepping
(Johannes 17:3; Openbaring 21:1–4).


De Bijbel als informatiebron en toetssteen

Wij geloven niet zomaar in ‘een god’ als een vaag of algemeen begrip, maar in de levende God die zichzelf heeft laten kennen in Jezus Christus. In Hem wordt zichtbaar wie God werkelijk is: niet een verre kracht, maar een persoonlijke God die dichtbij gekomen is en die spreekt, vergeeft en levens vernieuwt.

Romeinen 10:17   NBG51
Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus.

Geloven in God veronderstelt dat we God geloven of geloven wat Hij tot ons zegt. Hij spreekt heel specifiek tot ons door Jezus Christus, zijn Zoon en Zijn gelijke die zijn goddelijke heerlijkheid heeft afgelegd om een mens als wij te worden; die ons leed gedragen heeft en uit ervaring weet wat wij meemaken. En die als perfect en zondeloos mens, ook onze straf voor goddeloosheid en zonde op zich genomen heeft, en als misdadiger is terechtgesteld. Als we willen begrijpen wat dit betekent behoren we naar Jezus Christus zelf te luisteren. Zo luisteren we naar God!  

De twee pijlers van het christelijk geloof zijn geloven in Christus en tegelijkertijd aanvaarden dat de Bijbel het Woord van God is. 

Over de Bijbel of “de Schrift” zegt 2 Timoteüs 3:16-17:
Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.  (HSV)

‘Door God ingegeven’ is geïnspireerd. De inspiratie van de Schrift of de Bijbel betekent niet dat de menselijke auteurs “getransformeerd” of buiten zichzelf geplaatst werden, maar dat God zich doorheen hun taal, cultuur en historische omstandigheden openbaarde. 

In tegenstelling met wat Moslims over de Koran geloven, is de Bijbel niet in één keer als heilig boek, via een profeet, vanuit de hemel op aarde gekomen. Hij is in de loop der geschiedenis geschreven. Door de eeuwen heen ontstonden geschriften die als bundel werden bewaard en doorgegeven: onderrichtingen, wetten, geschiedschrijving, poëzie of liederen, weergave van wat profeten hebben gedaan en gezegd, enz… Deze bundel van geschriften werd gedurende en na zijn ontstaan, al die eeuwen steeds door talloze hooggeschatte gelovigen als authentiek woord van Gods erkend. 

George Eldon Ladd (1911–1982), definieerde “de Schrift” of de Bijbel als “the Word of God given in the words of men in history” – het Woord van God, gegeven in woorden van mensen, in de geschiedenis.

Voor Ladd is de Schrift onfeilbaar in datgene wat God ermee beoogt: het getuigenis aangaande Jezus Christus, het heil (redding) en Gods heilsplan in de geschiedenis. Hij maakte onderscheid tussen onfeilbaarheid (in zaken van geloof en heilswaarheid) en de niet noodzakelijke technische foutloosheid (bijv. in historische of wetenschappelijke details).

Nog een opmerking over  2 Timoteüs 3:17 ‘opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust’. Geen mens zal op deze aarde ooit volmaakt zijn. Maar ‘de mens die God toebehoort’ zal door Gods volmaakte woord volmaakt toegerust worden om volmaakte werken af te leveren. D.w.z. degelijke werken die zuiver op het fundament ’Christus’ gebouwd zijn, en derhalve deel uitmaken van de onvergankelijke ‘nieuwe schepping’ (1Kor 3:11-14). Dit is geen actie van de vergankelijke mens, gedreven door zijn natuurlijke verlangens en mogelijkheden, maar van de ‘nieuwe mens in Christus’ (2Kor 5:17), gedreven door de Heilige Geest; en dit is volmaakt.

Psalm 19:8–9 
De wet van de HEERE is volmaakt, zij bekeert de ziel; de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar,zij geeft de eenvoudige wijsheid. De bevelen van de HEERE zijn recht, zij verblijden het hart; het gebod van de HEERE is zuiver, het verlicht de ogen.

Psalm 119:105
Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.


1. Welke boeken bevat de Heilige Schrift?

De negenendertig boeken van het Oude Testament en de zevenentwintig boeken van het Nieuwe Testament vormen samen de gehele Heilige Schrift.

2. Wat staat er in het Oude Testament?

Het Oude Testament verkondigt Gods schepping van alle dingen; de oorspronkelijke ongehoorzaamheid van de mens; Gods roeping van Israël om zijn volk te zijn; zijn Wet, wijsheid en heilsdaden; en de leer van zijn profeten. Het Oude Testament getuigt van Christus en openbaart Gods bedoeling om de wereld door Christus te verlossen en te verzoenen.
(Lucas 24:44; 1 Korintiërs 10:1–4; Hebreeën 11)

3. Wat staat er in het Nieuwe Testament?

Het Nieuwe Testament verkondigt de geboorte, het leven, de bediening, de dood, de opstanding en de hemelvaart van Jezus Christus; de vroege bediening van de Kerk; de leer van de apostelen; de openbaring van het eeuwige koninkrijk van Christus; en de belofte van zijn wederkomst.
(Lucas 24:45–49; Handelingen 1:1–11; Filippenzen 2:5–11)

4. Hoe verhouden het Oude en Nieuwe Testament zich tot elkaar?

Het Oude Testament moet gelezen worden in het licht van Christus, en het Nieuwe Testament in het licht van Gods openbaring aan Israël. Zo vormen de twee samen één Heilige Schrift, die de Persoon van Jezus Christus en zijn machtige werken openbaart. Zoals de heilige Augustinus zegt: “Het Nieuwe is in het Oude verborgen, het Oude is in het Nieuwe geopenbaard.” (Augustinus van Hippo, Vragen bij de Heptateuch 2.73).
(Mattheüs 5:17–18; Lucas 24:25–27, 30)

5. Wat betekent het dat de Heilige Schrift geïnspireerd is?

De Heilige Schrift is “door God ingegeven”, want de bijbelschrijvers hebben onder leiding van Gods Heilige Geest geschreven om Gods Woord vast te leggen.
(Deuteronomium 8:3; Matteüs 4:4; 2 Timotheüs 3:16–17; 2 Petrus 1:19–21).

6. Wat betekent het dat de Heilige Schrift het Woord van God is?

Het Oude en Nieuwe Testament zijn geïnspireerd door de Heilige Geest en zijn daarom het geschreven Woord van God. God wordt geopenbaard in zijn machtige daden en in de menswording van onze Heer, die bekendgemaakt zijn door de geïnspireerde geschriften van de bijbelschrijvers. God “heeft door de profeten gesproken” (Geloofsbelijdenis van Nicea) en spreekt vandaag nog steeds door de Schrift.
(Psalm 33:4–9; Jeremia 1:9; Ezechiël 2:1–3:4; 1 Thessalonicenzen 2:13; 2 Petrus 3:15–16; Hebreeën 1:1–2)

7. Waarom wordt Jezus Christus het Woord van God genoemd?

De volheid van Gods openbaring is te vinden in Jezus Christus, die niet alleen de Schriften vervult, maar zelf Gods Woord is, de levende uitdrukking van Gods gedachten. De Schriften getuigen van hem: “In het begin was het Woord” en “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:1, 14). Daarom geldt: “Onkunde van de Schriften is onkunde van Christus.” (Hiëronymus, Commentaar op Jesaja, proloog).
(Genesis 1:26–27; Psalm 33:1–12; Kolossenzen 1:15–19).

8. Hoe moet de Heilige Schrift worden verstaan?

Omdat de Heilige Schrift door God aan de Kerk gegeven is, moet zij altijd worden verstaan op een manier die trouw is aan haar eigen duidelijke betekenis, aan haar gehele leer en aan de historische uitleg van de Kerk. Zij moet dienovereenkomstig worden vertaald, gelezen, onderwezen en gehoorzaamd.
(Nehemia 8:1–8; Psalm 94:8–15; Handelingen 8:26–35; 18:24–28)

9. Hoe gebruikt de Heilige Geest de Heilige Schrift in jouw leven?

Door de Heilige Schrift zal de Heilige Geest mij onderwijzen, terechtwijzen, corrigeren en opvoeden in de gerechtigheid die God verlangt. Het biddend bestuderen van de Schrift vormt mij tot een leven in Christus en tot de dienst aan God en mijn naaste.
(Psalm 119:105; Johannes 14:26; 2 Timotheüs 3:16–17; Hebreeën 4:12–13)

10. Wat zijn de Apocriefen?

De veertien boeken van de Apocriefen, die door deze kerk historisch erkend zijn, zijn Joodse geschriften van vóór Christus, die achtergrond bieden voor het Nieuwe Testament en in veel edities van de Bijbel zijn opgenomen. Zij kunnen gelezen worden als voorbeelden van trouw leven, maar “niet om enig leerstuk vast te stellen.”