
2 Korintiërs 5:18-19 NBV
Indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde… Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
1 Johannes 1:7,9
Wandelen of leven met de Heer vereist voortdurend reiniging.
Het voorbije jaar hebben we goed geleerd wat reiniging betekent, onze handen wassen, onze winkelkar afvegen, eigenlijk kan er geen contact meer zijn met de buitenwereld zonder grondige reiniging. Onze gezondheid en die van anderen wordt bedreigd door dat virus, er staan levens op het spel. De oplossing is: reiniging.
De bijbel leert ons hetzelfde: Wat onrein is, maakt deel uit van de dood en blokkeert de toegang tot God.
Wat rein is, geeft toegang tot leven, toegang tot Gods aanwezigheid.
COVID-19 is een sociale crisis die elk deel van ons leven beïnvloedt, al onze relaties verandert, en stilletjes achter de schermen actief is. Net zoals zonde dat doet.
COVID-19 is niet alleen een voorbeeld van de sociale en individuele effecten van de zonde. Het is onderdeel van de sociale en individuele effecten van zonde in de wereld.
En de oplossing om de verspreiding van COVID-19 in te dammen is dezelfde als die voor de zonde: we moeten gereinigd worden.
De grote verzoendag, beschreven in Leviticus 16 ging niet over vergeving, maar over reiniging! Vers 30: Op deze dag zal over u verzoening gedaan worden (in het oude testament was dat ritueel), om u te reinigen; van al uw zonden zult gij gereinigd worden voor het aangezicht des Heren.
Gereinigd worden wil zeggen werkelijk verwijderen van de infecterende zonde. Vergeving is kwijtschelden van schuld, maar reiniging is klaargemaakt worden om met de Heer te leven. Verzoening is veel meer dan vergeving, het is opbouwen van een relatie met degene die ons heeft vergeven. Als God ons heeft vergeven behoren de ziekmakende gedachten, houdingen en gedragingen waarmee heel de wereld besmet is, nog uit ons verwijderd te worden, zodat we heilig kunnen worden, klaar om met de Heer samen te werken, of echt Leven te ontvangen.
De oude mens (ons vlees) kan niet geheiligd worden, die moeten we gewoon afleggen, heiliging kan niet gecombineerd worden met oude hartstochten en begeerten, of met bijvb. Iosbandigheid, occultisme, ruzies enz… het oude is voorbij, zie het nieuwe is gekomen. Maar hardnekkige, geniepige gewoontes die blijven opduiken, geïnfecteerde vanzelfsprekendheden die we uit de samenleving overnemen, kunnen ondanks vergeving en vernieuwing in Christus nog stilletjes onze ziel aantasten. Als we eerlijk contact hebben met de Heer, of zoals Johannes in zijn eerste brief zegt “in het licht wandelen” en contact hebben met mede-gelovigen, worden deze besmettingen zichtbaar. De remedie is simpel: zonde toegeven of belijden! En het bloed van Jezus, dat verwijst naar het geslachte paaslam, Christus, zal ons … er staat niet vergeven, maar iets veel ingrijpender, het bloed van Jezus reinigt ons van alle zonde. Dat is dankzij de kracht van zijn opstanding, daarom zoeken we er steeds weer naar om Christus ÉCHT te leren kennen en na te volgen, en schuwen we de bijhorende moeilijkheden of het lijden niet, want dit legt ons hart bloot, tenminste als we steeds weer in het licht willen wandelen, met de Heer en met elkaar.

Het heilig avondmaal is een herdenking van Jezus, ons geslachte paaslam, en van de desinfecterende kracht van zijn bloed. Als we het brood eten denken we eraan dat God, om zich met ons te verzoenen één van ons is geworden en hoewel Hij zelf zonder zonde was, toch de ergste gevolgen van de zonde-pandemie heeft ondergaan.
En als we de beker drinken, denken we aan de verbinding die Hij met ons wil hebben, aan het verbond: als we ons oude leven laten mee-kruisigen, laat Hij ons ook delen in zijn opstandingsleven, en telkens als we toegegeven (belijden) dat er voor ons wél redenen zijn om mee-gekruisigd te worden, zal het bloed waarin zijn opstandingsleven zit (het leven of de ziel zit in het bloed zegt Leviticus 17:11), ons desinfecteren of reinigen en nieuw leven geven, door verzoening of gemeenschap met de Allerhoogste.