Matteüs 1

Het eerste hoofdstuk van het Matteüsevangelie gaat over Jezus’ afkomst.

De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, wat in onze taal betekent: ‘God is met ons’. 

Matteüs 1:23

In tegenstelling met het Johannesevangelie, dat begint met Jezus’ goddelijke afkomst, begint Matteüs te spreken over de mens Jezus.

We gaan er terecht van uit dat dit evangelie bestemd voor de hele mensheid, maar Matteüs, die net als Jezus Jood was, schreef het in de eerste plaats voor de Joden. Het wordt voor iedereen die dit boek leest duidelijk dat Jezus de vervulling is van Gods beloften die in het oude testament beschreven zijn, beloften omtrent de Messias. In Hem en door Hem zouden Gods voornemens of zijn plannen voor deze wereld en de mensheid gerealiseerd worden.

Wat wij het ‘oude testament’ noemen is de Joodse ‘Schrift’, dat zijn hoofdzakelijk Hebreeuwse teksten. Het nieuwe testament is oorspronkelijk in het Grieks verschenen. Het Hebreeuwse woord ‘Messias’ betekent ‘Gezalfde’, net als het Griekse woord ‘Christus’. In de Hebreeuwse geschriften is zalving een teken van goddelijke uitverkiezing en ‘toerusting van boven’ … voor een bijzondere taak. Mensen werden officieel gezalfd, dwz ‘met olie overgoten’ om duidelijk te maken dat de onzichtbare God hen had aangesteld en begiftigd om in zijn naam op te treden in deze materiële wereld. Koningen en priesters werden gezalfd. 

Aan de Joden is een bijzondere Messias beloofd, gezalfd om een onvergankelijk rijk van vrede en gerechtigheid te vestigen. Christenen geloven dat deze beloofde Messias daadwerkelijk is verschenen in de persoon van Jezus van Nazaret. Daarom noemen ze hem Jezus Christus, d.w.z. Jezus de Gezalfde.

Matteüs stelt Jezus voor als dė Joodse Messias, die tot koning van dit bijzondere, vanuit de hemel neerdalende rijk gezalfd is. Dus begint hij met vanuit het Oude Testament aan te tonen, dat Jezus een afstammeling van David is, wat een voorwaarde is om de door God aangestelde koning van Israël te zijn. 

Aan David werd namelijk de belofte gedaan: “Zo zullen uw huis en uw koninklijke macht blijven bestaan voor altijd; uw troon staat voor eeuwig vast.” (2 Samuel 7:16 WV).

Vandaar het geslachtsregister of de lijst van afstammelingen van Abraham, via David leidende naar Jozef, de wettelijke vader van Jezus (vers16). 

Matteüs 1, vers1 (NBV)
Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.

Hierop volgt tot en met vers 16 het geslachtsregister, eindigend met
Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt.

Vers 17
Van Abraham tot David telt de lijst dus veertien generaties, van David tot aan de Babylonische ballingschap veertien generaties, en vanaf de Babylonische ballingschap tot Christus veertien generaties.

Waarom staat dit 17de vers erbij? Er was in de oudheid en in de tijd van Jezus geen schrijfcultuur. Boeken waren heel zeldzaam, exemplaren van de Joodse Schrift konden alleen in de synagogen gevonden worden. Velen onder ons schrijven alles op, in die tijd werd alles uit het hoofd onthouden.

Een methode om tabellen te memoriseren was, om die te verdelen in delen van gelijke lengte. Dit blijkt de herinnering van de namen in een geslachtsregister enorm te vergemakkelijken. Meer hoeven we niet te zoeken achter vers 17.

Het is opmerkelijk dat Matteüs in deze lijst ook enkele vrouwen vermeldt. Dit was niet gebruikelijk in Joodse geslachtsregisters, maar het evangelie toont van bij de aanvang dat vrouwen helemaal geen tweederangsburgers zijn en weldegelijk een cruciale rol spelen. De vrouwen zijn echter niet omwille van hun status of reputatie in de lijst verschenen. Tamar was een verleidster en overspelige vrouw, Rachab was een regelrechte hoer en Ruth was niet eens Joods, zij kon volgens de wet (Deut. 23) zelfs niet tot de Joodse gemeenschap toegelaten worden. Er staat ook dat Salomo verwekt werd door overspel van David met de vrouw van Uriah (vers 6), dat is Batseba. God houdt in het uitvoeren van zijn subliem plan geen rekening met de achtergrond en reputatie van de betrokkenen. Het geslachtsregister in Matteüs is helemaal niet opgesmukt, het toont dat Jezus tot een heel menselijke familie behoort. Een familie met typisch menselijke ongeregeldheden, zwakheden en zonden. 

Jezus’ volgelingen zijn niet anders. Christenen zijn geen supermensen, maar zwakke sukkels! Om Christus te laten domineren behoren ze zichzelf te verloochenen. Hun leven behoort vernieuwd worden, waardoor zonde achterwege kan blijven en Christus kan overnemen! Dit laten gebeuren is ‘genade leren ontvangen’. ONTVANGEN is hėt sleutelwoord van een christelijk leven. Confrontatie met onze ontoereikendheid en onze fouten is confrontatie met de WAARHEID. Maar het is een even grote waarheid dat Jezus de Gezalfde is onder gebrekkige zwakkelingen, die zich ook niet anders willen voordoen. Dit is iets wat wij, uit dit niet zo mooie noch perfecte geslachtsregister kunnen leren. Christenen presenteren zich niet als ‘goede mensen’. Net als Jezus, die de rijke jongeling terecht wees: “Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.” Dát is waarheid! Het goede kan alleen uit de hemel komen. Het kan niet geproduceerd worden en het kan niet doorgegeven worden, het moet ONTVANGEN worden, VAN GOD zelf. 

Onmiddellijk na het geslachtsregister, vanaf vers 18, staat dat Jezus eigenlijk niet door zijn wettelijke vader, Jozef is verwerkt maar door de Heilige Geest. Jezus is duidelijk niet alleen uit een mensen-familie, maar ook van God afkomstig, “ware God uit de ware God” zou later in de geloofsbelijdenis verschijnen. Gods manier om ons het beste te geven (wat Hij trouwens het liefst wil doen), is door bij ons te komen; en daarvoor een mens te worden zoals wij. Onbegrijpelijk.

Aan Jozef werd gezegd:
Maria zal een zoon baren. Geef Hem de naam Jezus, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ (Jezus = ‘Jahweh redt’). Dit alles is gebeurd omdat in vervulling moest gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven,’ wat in onze taal betekent: ‘God is met ons’.
Mat 1:21-23

Matteüs vertelt het verhaal van God die bij de mensen komt, niet oordelend maar bevrijdend en verzoenend. Als deze waarheid tot ons doordringt, kan ieder hoofdstuk van dit evangelie ons reuze-enthousiast maken … niet over de opeenvolgende gebeurtenissen, maar enthousiast over de actieve aanwezigheid van de Allerhoogste onder ons, enthousiast over God die tegelijkertijd hoog is en laag. De Allerhoogste die het klaarspeelt om onder ons te komen wonen is de ontplooiing van een heel project, dat enthousiaste medewerking vereist. Tesamen met God in deze wereld leven! Dit behelst gehoorzaamheid aan Jezus de Gezalfde, of aanvaarden van zijn heerschappij. Dit is deel uitmaken van het koninkrijk van God. Wat mogelijk is, dankzij de nabijheid van de genadevolle, genereuze en krachtdadige God. Zich toeleggen op deze medewerking of leren om mee te bewegen, mee te gaan, mee te werken met Hem die hier bij ons een leven wil uitbouwen, is wat van iemand een discipel of een leerling van Jezus maakt. Daarover gaat het project.

Dit project werd gedurende een lange tijd door de profeten voorzegd en wordt concreet gerealiseerd zoals Matteüs het vertelt en wij het mogen beleven. Toen met de lijfelijk aanwezige Jezus, nu met de even aanwezige Heilige Geest … In afwachting van de voltooiing ervan, waar de laatste woorden van het evangelie van Matteüs naar verwijzen ‘de voltooiing van deze wereld’ (NBV21). En waarvan op het einde van het boek Openbaring een omschrijving wordt gegeven, in het visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde: 

Openbaring 21:3 Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn en Hij, “God met hen” zal hun God zijn

Dankzij deze stellige verwachting of de hoop die ons als leerlingen van Jezus meer en meer vervult, zijn wij gemotiveerd om onszelf ECHT te verloochenen en nu reeds te gaan leven in de veelbelovende tegenwoordigheid van de Allerhoogste. Om nu reeds te ‘proeven van de krachten van de toekomende eeuw’ of van het toekomende tijdperk (Hebr 6:5).

Christenen of leerlingen van Jezus leven nu in de Onvoltooid Toekomende Tijd. Het is aan ons om niet alleen te geloven dat we zelf ‘gered’ zijn en ‘eeuwig leven’ hebben verkregen, maar om alle dagen deel te nemen aan het project ‘koninkrijk van God‘. Aan het koninkrijk dat ÉCHT is, heel reëel, maar nog niet voltooid. Laten we ophouden met het heil in Christus uitsluitend als persoonlijke genezing en transitie naar de hemel te aanzien. Maar ons richten op het doel: God die onder de mensen woont (Op 21:3). Deelnemen aan dit project betekent dat wij dagelijks gevormd worden om ‘allen tezamen’ harmonieus met de Heer te kunnen samenleven. Dat is heel bijzonder, het koninkrijk is de toekomst die doorbreekt in onze tijd. Wij leren om nu te leven in een realiteit die pas in de toekomst zal voltooid worden, in de Onvoltooid Toekomende Tijd. Dat heeft veel voeten in de aarde. Daarover schrijft Matteüs, hoofdstuk per hoofdstuk in zijn evangelie. We hebben enthousiasme nodig, om deze woorden en voorbeelden van Jezus na te volgen. Om IN zijn woorden te BLIJVEN en daardoor de schat te ontdekken die Christus hier op aarde gebracht heeft: het koninkrijk van God. 

Na erkennen van de waarheid, dat we erg tekort schieten en dus een groot probleem hebben, behoren we ook toe te geven dat we de oplossing van ons probleem niet echt kennen. We kennen Jezus, de Gezalfde niet echt. We leven niet echt in de rijkdom van het koninkrijk dat uit de hemel komt! We geven er ons leven niet echt aan, we proeven te weinig de krachten van de toekomende eeuw en we kennen of ervaren te weinig de vreugde ervan.

Laten we stoppen met te doen alsof alles vanzelf goed komt. Het grootschalig reddingsplan van de Heer kan niet werken zonder onze medewerking. En onze medewerking kan niet zonder enthousiasme over de toekomst (hoop!) en niet zonder het besef dat onze eigen rijkdom tijdelijk en waardeloos is, zodat we ontvankelijk worden voor de schat van het koninkrijk uit de hemel, die eeuwig is. 

Het geheim dat wij hier ontdekken, is dat de mislukkingen, de zwakheden en fouten van onszelf en van de wereld ons niet hopeloos moeten maken, want God zelf neemt over! Met een bovennatuurlijk project, waar we zelf volwaardig deel kunnen van uitmaken. 

Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham, is ook de Zoon van God. God is mens geworden om zijn plan voor ons en voor heel de wereld uit te rollen. Dit is heel goed nieuws … voor hen die willen meewerken. 

Daarover staat veel meer in de volgende hoofdstukken die Matteüs neerschreef, en wij geloven dat dit niet alleen een historisch verslag is, maar ook ‘geïnspireerd’ is, dat betekent letterlijk ‘ingeademd’ door in contact met God te zijn. Laten we het lezen, op een moment dat we ook bewust in contact met Hem zijn

Het woord enthousiasme begint met ‘enthou’, dat ontleend is aan het Griekse ‘en theo’ = ‘in God’. Met dergelijke woorden van Jezus (‘in Mij’ en ‘in de Vader’) beschrijft Johannes 17:21 de essentie van Jezus’ missie in de wereld, waarvoor ook zijn leerlingen getraind worden (zie 2 Korintiërs 5:19). Jezus bidt voor iedereen wiens leven voortaan in dienst van deze missie zal staan: ‘Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden. Bij Jezus’ geboorte zongen engelen Gods lof met de woorden ‘vrede op aarde’ (Lucas 2,:14). Precies dat waar heel de wereld naar hunkert: ‘vrede’, is de missie van Jezus en zijn leerlingen, dit is het koninkrijksproject. De essentie ervan is onderlinge harmonie (eenheid) door in harmonie met God te leven: ‘in Ons’ bidt Jezus tot de Vader. Hij bidt dat we projectgericht (op eenheid gericht) vooral ‘in Hem’ zouden zijn, wat ook betekent dat we niet zelfgericht alleen ‘Hem in mij’ zouden koesteren. Het is op deze manier dat gelovigen een eenheid en dus een model-harmonie kunnen opbouwen in deze wereld.

Sterven aan onszelf doen we in eenzaamheid. We moeten echter dringend leren om als herborene niet meer in eenzaamheid te leven, maar bedreven te raken in eenheid. Enthousiast! Allemaal ‘in de zoon’ en ‘in de Vader’ en daardoor allemaal gelijkgestemd en onverdeeld! Dat is iets aparts dat we niet uit onszelf kunnen leren, het moet van boven komen. Maar alleen zo kunnen we deelnemen aan het koninkrijk, of aan het plan dat God aan het uitrollen is. 


Een oefening: Bespreek met enkele geloofsgenoten het verband tussen Johannes 17:21 en 1 Johannes 4:7-8. Gebruik hierbij de woorden verzoening en koninkrijk.

Plaats een reactie