
Inhoud
Lees dit boek!
Ondanks de vele verschillen in uitleg, die veel verwarring en misverstand in de kerk veroorzaken, zou het boek Openbaring niet mogen genegeerd worden door de gelovigen. Het bevat waardevolle woorden voor persoonlijke opbouw, en voor ons bestaan als kerk. Er gewoon in lezen zoals in een ander bijbelboek, mét achtergrondkennis van de rest van de bijbel doch zonder rekening te houden met voorkennis van bestaande systemen van uitleg, is problematisch. Nochtans is deze frisse aanpak noodzakelijk om iets te kunnen meedragen uit dit moeilijke boek. Aangesproken worden door de tekst van het bijbelboek, is altijd beter dan kennis op te doen van een of andere standaard opvatting die het boek Openbaring zodanig uitlegt dat het deze opvatting ondersteunt.
De gemiddelde bijbellezer heeft echter te weinig spontane kennis van het oude testament, om verbanden te zien met oude profetieën en beelden, en om verdraaide uitleg te kunnen herkennen. Maar laten we het onderscheidingsvermogen van de trouwe volgeling van de Heer en de invloed van de Heilige Geest niet onderschatten! Een andere moeilijkheid is dat de hedendaagse lezer helemaal niet vertrouwd is met de gebruikte symboliek, die blijkbaar niet vreemd was voor de eerste christenen aan wie het boek Openbaring werd voorgelezen (1:3).
Maar geduld en een beetje onderzoek in niet-tendentieuze literatuur loont de moeite. Het is niet de bedoeling dat deze literatuur ons onthult wat in het boek Openbaring staat, want niets kan het rechtstreeks lezen van het Woord vervangen. Maar het kan helpen om over de obstakels van de symboliek heen te komen en om steun te vinden bij het ontginnen van de schatten der oudtestamentische profetie. Het helpt ook om vrij te komen van vooringenomen meningen die eerder bepaalde strekkingen dienen dan Gods stem vertolken. ⬆
Basisstructuur
Het boek Openbaring heeft een proloog (1:1-8) en een epiloog (22:6-21). De proloog bevat de aanhef van een brief, wat er op wijst dat heel het boek eigenlijk een brief is (1:4-6). De epiloog eindigt met de conclusie van de brief (22:21). Beide bevatten ook profetische uitspraken. Dat de epiloog begint bij 22:6 wordt aangegeven door de sterke verbale echo’s van 1:1-3 in 22:6-7.
Het hele boek tussen proloog en epiloog wordt verteld als één visionaire ervaring die plaatsvond op Patmos op de dag des Heren (1:9). De uitdrukking ‘geestvervoering’ (1:10) geeft het begin aan van het geheel van visioenen. Deze uitdrukking komt verder in het boek drie keer terug (4:2; 17:3; 21:10), en wijst telkens op een duidelijke overgang binnen het visionair geheel.
In Johannes’ eerste visioen (1:9-20) ontmoet hij de opgestane Christus. In deze passage openbaart Jezus zijn autoriteit, en vervolgens zal hij op basis van dit gezag de zeven gemeenten toespreken in de hoofdstukken 2 en 3. Daarna, in de hoofdstukken 4 en 5, wordt Johannes uitgenodigd in de hemel om de troon van God en het Lam te aanschouwen. Dit is het begin van de tweede fase van zijn visionaire ervaring (4: 1-2a). Johannes ziet het Lam een boekrol nemen, verzegeld met zeven zegels. Het openen van de zegels, vanaf hoofdstuk 6, wordt gevolgd door het blazen van de zeven bazuinen, die worden gevolgd door het uitstorten van de zeven schalen van Gods toorn. Dit alles wordt verhaald in de hoofdstukken 6-16, waarbij een hele reeks van oordelen wordt ontwikkeld.
De uitstorting van de toorn van God heeft gevolgen voor twee steden, die elk worden afgebeeld als een vrouw: de hoer en de bruid. De hoer Babylon bezwijkt in de hoofdstukken 17-19, en de terugkeer van de Koning in hoofdstuk 19 wordt gevolgd door de vestiging van zijn duizendjarig koninkrijk, dat gevolgd wordt door het grote witte-troon-oordeel in hoofdstuk 20. Nadat de hoer Babylon vernietigd is, daalt het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neer als de bruid van het Lam in de hoofdstukken 21 en 22. De verzen 17:3 en 21:10 zijn de aanvang van respectievelijk de derde en de vierde fase van Johannes’ visioenen.
De aankondiging van het huwelijk van het Lam met zijn bruid is de bezegeling van de vreugde over de val van Babylon (19:7-9a). De vernietiging van Babylon en haar vervanging door het Nieuwe Jeruzalem vormen samen het hoogtepunt waar het hele boek op gericht is.
Hieronder is deze basisstructuur schematisch voorgesteld.

‘Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.’
In 1:9-20 verschijnt de opgestane Christus in heerlijkheid om tot de verbeelding te spreken en de gehoorzaamheid van Johannes’ toehoorders af te dwingen, en wij maken deel uit van dat publiek. De verrezen en tot heerlijkheid verheven Christus, roept zijn gemeenten op tot gehoorzaamheid.
Het boek Openbaring perfect begrijpen blijkt, gezien de vele visies, niet mogelijk te zijn. Maar als we er in slagen om ons in te leven in wat we lezen, kan de Heer ons aanspreken!
Als wij, toegewijde en volhardende gelovigen, het boek lezen, erover nadenken, het laten bezinken en enthousiast zijn over het weinige dat wij door de Heilige Geest begrijpen, kan God zijn liefdevolle woorden van opbouw, bemoediging, vermaning en hulp in ons hart planten. Dit is mede-bepalend voor onze innerlijke gesteldheid en voor de beslissingen die wij in het leven moeten nemen. Door zijn unieke karakter heeft dit boek mogelijkheden om tot ons door te dringen, op een manier waartoe de rest van het nieuwe testament niet in staat is. ⬆
Actualiteit van het boek
De tijd is nabij
De achtergrond van het boek Openbaring is duidelijk de reële onderdrukking van de gelovigen, waarvan ook de verbanning van de schrijver Johannes op het eiland Patmos deel uitmaakt (1:9). Het boek is een confrontatie met het wezenlijke probleem dat reeds speelde ten tijde van het oude testament en vandaag nog steeds actueel is: Gods beloften met betrekking tot het oordeel over het kwaad en de redding van de rechtvaardigen, die klaarblijkelijk niet worden nagekomen. De rechtvaardigen lijden, terwijl de boosdoeners welvarend zijn, de wereld lijkt te worden geregeerd door het kwaad, niet door God. Waar is Gods koninkrijk?
Toch is er in het boek Openbaring een groot verschil met gelijkaardige geschriften uit het oude testament. Het is leerzaam om Openbaring 22:10 te vergelijken met de verzen aan het eind van het boek Daniël. In 12:4 zegt de engel aan Daniël: ‘houd deze woorden geheim, Daniël, en verzegel het boek tot de eindtijd.’ En in 12:9 ‘Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd.’
Daniel’s visioenen hebben betrekking op een toekomst die ver verwijderd is van de tijd waarin hij leefde. Zijn profetie moet geheim blijven, verborgen in een verzegeld boek, tot de tijd van het einde, wanneer de mensen die in die tijd leven in staat zullen zijn om het te begrijpen. De engel bij Johannes geeft opvallend andere aanwijzingen: : ‘Houd de profetie van dit boek niet geheim, want de tijd is nabij. ‘ (22:10; vgl. 1:3).
Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.
Openbaring 1:3
De profetie van Johannes is van direct belang voor zijn tijdgenoten. Ze is niet gericht op een verre toekomst, maar op de situatie die Johannes zelf deelt met zijn tijdgenoten in de zeven gemeenten in Asia. Vandaar dat hij deze situatie aanhaalt bij het begin van zijn profetie: ‘Ik, Johannes, uw broeder, die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met u deel in het koninkrijk en in standvastigheid‘ (1:9).
Daarom richt hij niet alleen de zeven boodschappen van hoofdstukken 2 en 3, maar het hele boek tot zijn tijdgenoten in de zeven gemeenten van Asia (1: 4, 11). Hun situatie is wel degelijk de eindtijd situatie waarop de ultieme afloop van de geschiedenis onmiddellijk van invloed is.
In vers 9 lezen we dat Johannes, net als zij aan wie hij schrijft, niet alleen lijdt maar ook door Jezus deel uitmaakt van het ‘koninkrijk’. Dat sluit aan bij het evangelie of de blijde aankondiging dat het koninkrijk van God nabij gekomen is (bijvb Marcus 1:15), en bij de verwachting van de voltooiing ervan op het einde, wanneer op de dag des oordeels de getrouwen de volle heerlijkheid van het koninkrijk zullen ontvangen (Mat 25:34; Rom 8:17; 2Tim 2:12; 4:8; 1Pet 1:4,5,9). De eindtijd wordt vooral gekenmerkt door het koninkrijk van God dat reeds gekomen is, maar nog niet ten volle en onvermengd op aarde is. Het effectieve einde komt wanneer de Heer Jezus Christus alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben (1Kor 15:24).
Ook de brief aan de Hebreeën legt van bij de aanvang de nadruk op het feit dat we nu, sedert de komst van Jezus Christus, in de eindtijd beland zijn: Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon, die hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door wie hij de wereld heeft geschapen (Hebr 1:1-2 NBV). De NBG vertaling van 1951 noemt deze (onze) tijd ‘het laatst der dagen‘. Zo lezen we ook in de brief aan de Efeziërs over Gods voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken, en om hen die hun hoop op Christus gevestigd hebben, als geadopteerde zonen Gods mede-erfgenamen te maken (Ef 1:5, 10-13).
Het is van essentieel belang om tijdens het lezen van het boek Openbaring voor ogen te houden dat het thema niet is ‘de gebeurtenissen die zich gedurende de eindtijd zullen afspelen’, maar ‘de openbaring van Jezus Christus’ (1:1) gedurende de eindtijd. Hij is opgestaan uit de dood en verheerlijkt in de hemel opgenomen. Hij heeft zijn koninkrijk gevestigd (1:6), heerst op aarde (1:5) en overwint het kwaad. Het kwaad is bijzonder actief, maar wordt op het einde toch helemaal overwonnen. We kunnen in alle omstandigheden en in alle gebeurtenissen volkomen op Hem vertrouwen en steeds rekenen op de goede afloop voor hen die vertrouwen en zelf betrouwbaar zijn. We krijgen in het boek zicht op enige onzichtbare aspecten van wat in de wereld gebeurt, niet altijd even duidelijk of compleet, maar genoeg om ons vertrouwen aan te moedigen.
Het boek Openbaring maakt er ons ook van bewust dat onze kennis van Jezus Christus niet zuiver spiritueel of alleen relationeel is, maar Hij staat ook boven alle omstandigheden en praktische moeilijkheden waarin we terecht komen. Temidden van wat in de zichtbare wereld niet strookt met Gods beloften zal het boek Openbaring ons blikveld verruimen, zodat we door zicht op de onderliggende onzichtbare realiteit, wat inzicht verkrijgen in hetgeen gebeurt. Daardoor kunnen we met meer volharding vertrouwen en hopen op de Heer die de zijnen beschermt en die bezig is om alle dingen goed te maken. ⬆
Doel van het boek
De profetische visioenen in het boek Openbaring doen ons gemakkelijk vergeten dat dit een rondzendbrief is naar de gemeenten, pastoraal van aard. Het is een bemoediging voor de gelovigen van alle tijden.
Openbaring 1:4,11
Het boek Openbaring is bedoeld als aanmoediging van “de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren”
Openbaring 14:12
Het boek verzekert ons dat God zijn voornemens betrouwbaar uitwerkt, ook temidden van catastrofes, lijden en satanische overheersing. Het onthult Gods overwinning over alle machten van het kwaad. Het geeft zekerheden aan de gelovigen, die daardoor God met blijdschap kunnen blijven aanbidden, ondanks onbegrijpelijke beproevingen en ondanks de verleidingen om mee te lopen in het ritme van de goddeloze wereld.
Net als in de oudtestamentische profetie wordt Gods volk in Openbaring opgeroepen tot vernieuwde toewijding aan God en resolute afwijzing van de heidense praktijken die verleiden tot het sluiten van compromissen. Wanneer wij als gelovigen, in de geestelijke woestijn van deze wereld als een pelgrim onze weg zoeken, terwijl wij tegelijk door de bladzijden van dit boek wandelen, zullen we toegerust worden met nog meer moed en wijsheid om trouw te blijven aan onze Heer en om met nog groter vertrouwen op Zijn bescherming te rekenen. Vooral als onze weg als pelgrim of onze ‘bedevaart’ de reis of de levensloop is die tot stand komt als wij leren om inderdaad aanhoudend te bidden. ⬆
Hoofdstuk 1
Openbaring 1:1-3
1Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes.
2Johannes maakt bekend wat God gesproken heeft en waarvan Jezus Christus heeft getuigd; dit heeft hij allemaal gezien.
3Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.
Nieuwe Bijbelvertaling 2004
Openbaren is laten zien wat verborgen is. De openbaring is bestemd voor ‘de dienaren van God’, dus ook voor ons, als wij niet meer voor onszelf, maar voor God willen leven. We krijgen te zien wat moest gebeuren vlak na de openbaring aan Johannes … en wat nog steeds doorgaat. Johannes’ verslag kan met grote verwachtingen gelezen worden, of worden voorgelezen en naar geluisterd. Het is echter niet bedoeld om alleen maar dingen te weten te komen! We behoren het op te vatten als een boek dat gegeven is omwille van de instructies om als dienaar van God in deze wereld te leven. Het gaat niet alleen over de verborgen toekomst, maar vooral over het verborgene waarmee we hier en nu te maken hebben en over onze toekomstzekerheid om vandaag mee te leven. Lees dit boek, want de tijd is nabij. Het is reeds 2000 jaar aan de gang, zolang als mensen dienaar van God zijn omdat ze geloven in Jezus Christus die in het boek geopenbaard wordt. Als wij echt voor God willen leven kunnen wij deze onthulling met goede moed lezen. Het geeft ons goede vooruitzichten als wij ons houden aan wat er gezegd wordt. Het boek Openbaring is geschreven opdat wij zouden volharden in gehoorzaamheid en ons geloof in Jezus zouden bewaren. ⬆
Openbaring 1:4-6
4Van Johannes, aan de zeven gemeenten in Asia. Genade zij u en vrede van hem die is, die was en die komt, en van de zeven geesten voor zijn troon, 5en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de doden, de heerser over de vorsten van de aarde. Aan hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd door zijn bloed, 6die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader – aan hem komt de eer toe en de macht, tot in eeuwigheid. Amen.
Nieuwe Bijbelvertaling 2004
Het boek is geschreven door Johannes, in dienst van Jezus Christus (vs1). Hij maakt bekend wat God gesproken heeft en waarvan Jezus Christus heeft getuigd. Wat hij neerschrijft heeft hij in de vorm van visioenen ontvangen (vs2). Dit is de apostel en evangelist Johannes, die met eigen oren heeft gehoord en van dichtbij heeft meegemaakt wat Jezus over God heeft getuigd. Het is historisch aangetoond dat hij verbannen is geweest naar het eiland Patmos.
Het boek is als een brief gericht aan zeven gemeenten in Asia (1:4,11). Asia was een Romeinse provincie, ook Klein Azië genoemd, of Anatolië. Het besloeg een deel van het huidige Turkije. Deze gemeenten waren relatief dicht bij elkaar gelokaliseerd, langsheen een Romeinse postroute aan de westkant van Asia. De afstand tussen iedere gemeente kon te voet op één tot twee dagen worden afgelegd.

Temidden het tumult van vervolging kunnen gelovigen stand houden dankzij innerlijke vrede. Johannes begroet zijn lezers met deze wens: Genade zij u en vrede van hem die is, die was en die komt (Vers 4). Dit is meteen vertroosting voor hen die hierdoor herinnerd worden aan de God van het verbond, ‘Jahweh’: Ik ben die er zal zijn (Ex 3:14). God is niet alleen aanwezig aan het begin, midden en einde van de geschiedenis, maar Hij is er als de onvergelijkbare, soevereine Heer over de geschiedenis, de Almachtige (vs8) die daarom in staat is profetieën in vervulling te laten gaan en Zijn volk te verlossen. Zijn praktische betrokkenheid wordt in verzen 4-6 benadrukt door ook melding te maken van de zeven geesten voor zijn troon, een uitdrukking van de volheid en alomtegenwoordigheid van de actieve Heilige Geest en door de opgestane Jezus Christus te vermelden als onze Bevrijder en Koning.
“Zeven” is het favoriete getal in het boek Openbaring.
In de bijbel betekent het getal zeven voltooiing of volheid. Het is oorspronkelijk afgeleid van de zeven dagen van de schepping. In Lev 4:6,17 betekende het zevenvoudig sprenkelen met het bloed een voltooide of complete handeling, evenals de zevendaagse duur van de feesten, de wijdingsdiensten, de mars rond Jericho en de duur van de reinigingsperioden. De betekenis van het getal is hier dat de zeven gemeenten de volheid van de kerk vertegenwoordigen. Het universele karakter van het geheel van de zeven gemeenten wodt duidelijk in de context van het vervolg van het boek (bijv. 1:6 één koninkrijk; 5:9-10 uit alle landen, volken en talen). Op dezelfde manier betekenen de “zeven lampen” in Zach 4:2,10 en Op 5:6 (= de zeven geesten = de “Heilige Geest”) de uitvoering van Gods effectieve, universele werk (5:6: in “de hele wereld”). Deze lampen zijn op de zeven kandelaars (gemeenten) bevestigd, wat het universele karakter van het geheel der zeven gemeenten bevestigt. Dat de zeven gemeenten de hele kerk vertegenwoordigen, althans in Asia, zo niet de wereld, wordt verder gesuggereerd door het feit dat elke brief die in hst 2-3 aan een bepaalde gemeente is gericht, ook aan alle andere gemeenten moet worden geadresseerd. Het is geen toeval dat na hst 2 en 3 alleen de universele gemeente wordt genoemd, en deze zeven gemeenten uit het zicht verdwijnen. De profetische boodschap van Johannes is eigenlijk gericht aan het hele lichaam van Christus, de kerk van alle tijden.
De Zeven Geesten in hfst 1:4, 3:1, 4:5, 5:6 verwijzen niet alleen naar het wereldwijde actieveld van Gods Geest, maar ook naar de volheid of alomvattende aard van Gods Geest. In Jesaja 11:2 is de Geest die op de Messias wordt gelegd gedetailleerd omschreven in zeven aspecten: De geest van de Heer1 zal op hem rusten, een geest van wijsheid2 en inzicht3, een geest van kracht4 en verstandig beleid5,een geest van kennis6 en ontzag7 voor de Heer. Deze Geest rust ook op de volgelingen van de Messias, 1 Petrus 4:14 zegt: ‘Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust.’ In geval van uitsluiting of vervolging in deze wereld, hoeven discipelen van Jezus Christus niet bang te zijn omwille van hun eigen beperkingen, want de mogelijkheden van Gods Geest zijn op hen.
In het openingsvisioen (1:10-20) ziet Johannes niet alleen de zeven kandelaren, symbool voor de zeven gemeenten, maar ook zeven sterren, de engelen van de zeven gemeenten.
Het boek Openbaring zou verder ook kunnen opgedeeld worden in een aantal reeksen van zeven:
- De 7 boodschappen aan de gemeenten
- De 7 zegels van de boekrol
- De 7 bazuinen van oordeel
- De 7 schalen van Gods woede
- De 7 eind-visioenen hfst 20-22
(Beginnend bij 20:1, 4, 11, 21:1, 10 22:1, 10)
Terug naar hoofdstuk 1
Openbaring 1:7-8
7Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over hem weeklagen. Ja, amen.
8‘Ik ben de alfa en de omega,’ zegt God, de Heer, ‘ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.’
Nieuwe Bijbelvertaling 2004
Vers 7 bevestigt dat Jezus wekelijk de Christus (= Messias) is. De verwijzing naar zijn komst met de wolken roept de gedachte op aan de titel ‘Mensenzoon’, waarmee Jezus zichzelf zo vaak omschreef. Bijvb in Mat 25:31”Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon.” De titel ‘Mensenzoon’ komt uit het boek Daniël waar hij in hoofdstuk 7 een visioen beschrijft met een hemels gerechtshof waarin dieren aardse koninkrijken voorstellen en daar kwam ‘met de wolken des hemels iemand gelijk een mensenzoon’ … ‘hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is een, dat onverderfelijk is.’ (vers 13,14) Van Jezus zeggen dat Hij komt te midden van de wolken (Op 1:7), maakt duidelijk dat Hij degene is die na de goddelijke veroordeling van de machten die de wereld onderdrukken, uiteindelijk alle macht zal ontvangen en voor eeuwig de wereld of de mensheid zal regeren.
Vers 7 brengt ook het weeklagen in gedachten dat gekend is als het rouwen of het berouw van het volk Israël dat tot inkeer gekomen is en weeklaagt over degene die ze hebben doorstoken. Dit komt uit Zacharia 12:10, in de context (vanaf 12:1) van de profetie over Israëls eindtijdoverwinning op de naties. Johannes spreekt in de Openbaring echter niet alleen over de Israëlieten die rouwen nadat de Geest der genade over hen werd uitgegoten (Zach 12:10 NBG51), maar alle volken op aarde zullen over hem weeklagen. En hij voegt er ook bij dat iedereen hem zal zien, ‘elk oog’, zegt de NBG51. De profetie van de Openbaring in het nieuwe testament voegt bij Israël dat tot inkeer en berouw komt, ook nog alle andere volken. In het bijzonder zijn dat allen die door de Heilige Geest genade en vrede hebben ontvangen (zie vers 4), dat wil zeggen de ware gelovigen in Jezus. ⬆
Het koningschap van de Zoon en de soevereiniteit van de Vader over de geschiedenis vormen de basis van de genade en vrede van de kerk en de heerlijkheid van de Vader.
Gregory K Beale
Verbanning op Patmos
Volgens overleveringen is Johannes met Jezus’ moeder Maria in Efeze, één van de zeven plaatsen, gaan wonen. Waarschijnlijk bediende hij van daar uit alle zeven gemeenten. Hij werd daarna wegens zijn getuigenis van Jezus-als-Heer, door de Romeinse keizer Domitianus naar Patmos verbannen waar hij het boek Openbaring schreef.
Domitianus eiste goddelijke aanbidding voor zichzelf op, hij liet daartoe zelfs in Efese een “keizers-tempel” bouwen. Hij schreef ook de verordening uit, dat iedere burger van zijn rijk op een bepaalde dag in het jaar voor de magistratuur moest verschijnen en openlijk zou zeggen: “De Keizer is Heer”. Weigering werd als verraad aanzien; vandaar de verbanning van Johannes. Het tijdstip van deze jaarlijkse gebeurtenis stond bekend als “de dag des heren” (cfr. Revelations From Revelations, Patrick M. Jones, Georgia 2008, pg. 19). Het is deze term die Johannes gebruikt om de dag aan te duiden waarop hij zijn visioen had (Op 1:10). Dit moet jaarlijks een heel moeilijk moment geweest zijn voor Johannes, maar op die dag kwam de Heer hem met veel troost tegemoet, in die mate dat christenen die lijden onder onbegrip, afwijzing en vervolging tot vandaag toe nog troost vinden in hetgeen hij toen heeft opgeschreven. Johannes stierf, volgens de overleveringen, op zeer hoge leeftijd als laatste van de twaalf apostelen van Jezus. De traditie zegt ook dat hij hiermee de enige apostel is die een natuurlijke dood stierf. ⬆
Jezus te midden van zijn kerk
Openbaring 1:9-20
9Ik, Johannes, uw broeder, die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met u deel in het koninkrijk en in standvastigheid – ik was op het eiland Patmos omdat ik over God had gesproken en van Jezus had getuigd. 10Op de dag van de Heer raakte ik in vervoering. Ik hoorde achter me een luide stem, die klonk als een bazuin 11en die tegen me zei: ‘Schrijf alles wat je ziet in een boek en stuur dat naar de zeven gemeenten, naar Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea.’ 12Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak. Toen zag ik zeven gouden lampenstandaards, 13en daartussen iemand die eruitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst. 14Zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol of als sneeuw, en zijn ogen waren als een vlammend vuur. 15Zijn voeten gloeiden als brons in een oven. Zijn stem klonk als het geluid van geweldige watermassa’s. 16In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon. 17Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste. 18Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk. 19Schrijf daarom op wat je gezien hebt, wat er nu is en wat hierna zal gebeuren. 20Dit is de betekenis van de zeven sterren die je in mijn rechterhand zag en van de zeven gouden lampenstandaards: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven standaards zijn de zeven gemeenten zelf.
Nieuwe Bijbelvertaling 2004
Johannes stelt in vers 9 zichzelf voor aan zijn lezers, als één van hen die zich in de verdrukking bevinden, in het koninkrijk en in de volharding (NBG51). Verdrukking, het koninkrijk en volharding, maken alle drie deel uit van één en dezelfde realiteit, die ook de onze is in Christus Jezus. Anders dan we misschien zelf zouden denken is dit de openbaring van wat het christelijke leven is. Jezus zei aan zijn discipelen “Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook jullie vervolgen” (Joh 15:20). Het engagement voor de missie die de Heer aan ons heeft doorgegeven zal tegenstand opwekken. We dienen niet de wereld en zijn heersers, wij horen bij een andere koning! Ondanks de moeite, uitsluiting en ontbering die we gaandeweg als prijs voor onze trouw moeten betalen, behoren we te volharden. Alleen zo zullen we de toekomst waarover het boek profeteert kunnen mee-maken, als deel van het koninkrijk dat tot in eeuwigheid zal blijven.
Johannes raakt in vervoering en beleeft in een visioen een indrukwekkende ontmoeting met de “Mensenzoon” (vers 13 NBG51, WV…), Jezus Christus. Zijn beschrijving, vooral de witte haren zijn echter deze van God zelf in Dan 7: 9, wat wijst op de goddelijkheid van deze mensenzoon, het vleesgeworden Woord van God die Gods heerlijkheid vertoonde (Joh 1:14). De zeven lamphouders of kandelaars rondom hem doen ons denken aan de Menorah kandelaar in de tabernakel (Ex 25) en in het visioen van Zacharia 4. In de tabernakel en de tempel stelt de kandelaar de stralende heerlijkheid van Gods tegenwoordigheid voor, zoals de takken van het brandend braambos bij de roeping van Mozes.
En tegelijk is het een voorstelling van Gods volk dat bestemd is om een licht te zijn voor alle volken (Jes 42:6). Zacharia 4 maakt duidelijk dat het een voorstelling is van het werk van de Heilige Geest (4:6 niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de Here der heerscharen). De zeven kandelaren in Openbaring 1, die de zeven gemeenten of de algemene kerk voorstellen, zijn bestemd om het licht te zijn voor de wereld (Matteüs 5:14), door het werk van Gods Geest (Handelingen 1:8). Vergelijk ook Spreuken 6:23 Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht met Mat 28:19 leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.
De Heilige Geest wordt in het boek Openbaring voorgesteld als de “zeven geesten voor Gods troon” en “zeven vurige fakkels die branden voor Gods troon; dat zijn de zeven geesten van God” (1:4 en 4:5). De kerk die haar functie van de zeven lichtdragers vervult is de vertegenwoordiging van de Heilige Geest. De kerk kan zich dus alleen maar kerk noemen als de Heilige Geest haar bron van vrijheid, kracht, toewijding, gehoorzaamheid, samenbindende liefde en verenigd streven is. En als haar unieke verkondiging gedragen en bekrachtigd wordt door de Heilige Geest.
De zeven sterren in de rechterhand van de Heer (1:16) zijn de engelen van de zeven gemeenten (1:20). Engelen zijn hemelse wezens, ze komen heel veel voor in het boek Openbaring. Als Johannes engelen vermeldt mogen we er van uitgaan dat hij deze hemelse wezens bedoelt, in de hand van- of gestuurd door de verrezen en in de hemel tronende Heer. Blijkbaar wordt aan kerkgemeeenschappen een engel toegewezen. Er is een geestelijke strijd gaande, achter de schermen van wat soms onbeduidende aardse gebeurtenissen lijken. Wat betreft de actieve betrokkenheid van de gelovigen is dit een strijd ‘in Christus’, door de Heilige Geest. Maar de bijbel, vooral boeken als Openbaring, toont ons ook de onmiskenbare rol van de engelen in deze voor ons onzichtbare strijd. Engelen staan steeds in dienst van God en ze worden uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven (Hebr 1:14). ‘Christen zijn’ en ‘kerk zijn’ heeft een wezenlijke hemelse dimensie, onze werkelijke en eeuwige thuis is in deze dimensie, in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openb 4:4; 21:1-22:5).
De zeven brieven aan de zeven gemeenten, in hoofdstukken 2 en 3, zijn geadresseerd aan de engel van deze gemeenten, met telkens een duidelijke vermelding van de hemelse auteur, die het hoogste gezag heeft! Maar de Openbaring als geheel en de zeven boodschappen in het bijzonder zijn voor de gemeenten op aarde geschreven. Ze worden niet door engelen in de hemel gelezen, maar in de respectieve gemeenten waarheen het boek Openbaring, destijds waarschijnlijk als rondzendbrief, gestuurd wordt (Openb 1:11). Ook al zijn de brieven formeel gericht aan de engelen van de gemeenten, toch zijn het in werkelijkheid de christenen in de kerk die de boodschap zullen lezen of horen voorlezen, en die er gevolg zullen moeten aan geven. De reden om de kerken aan te spreken via hun representatieve engelen is ongetwijfeld om hen eraan te herinneren dat ze al begonnen zijn met het deelnemen aan de hemelse dimensie. Dit zou hen moeten motiveren om hun ultieme veiligheid niet in de oude wereld te zoeken, zoals ongelovigen doen (zie 3:10). De nadruk op het hemelse perspectief maakt de kerken er bovendien van bewust dat hun overwinning op de dreiging van compromis met de wereld, uiteindelijk uit de hemelse sfeer komt. Daar zijn het Lam en God, gezeten op de troon, die hun macht als middelpuntvliedende krachten op aarde uitoefenen. De “lampen” van de Geest geven daarbij kracht aan de kerkelijke “kandelaren” om het licht van hun getuigenis van deze goddelijke activiteit, over de hele aarde te laten schijnen (zie 1:4,12-13; 4:5; 5:6). Een van de manieren waarop de kerk dit hemelse perspectief goed in gedachten kan houden, is trouwens door haar eredienst te ontwerpen naar het model van de hemelse liturgie die in het apocalyptische visioen wordt getoond (zie 4:4). Het geeft een nieuwe dimensie aan ons leven, om Openbaring met deze bewondering te lezen, inplaats van proberen uit te leggen dat het geschreven moet zijn naar het model van aardse gebruiken. ⬆
Hoofdstuk 2
Openbaring 2:1-7
1Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: “Dit zegt hij die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt en tussen de zeven gouden lampenstandaards verblijft: 2Ik weet wat u doet, hoe u zich inzet en standhoudt, en dat u boosdoeners niet verdraagt. Zo hebt u mensen die beweren dat ze apostelen zijn, op de proef gesteld en als leugenaars ontmaskerd. 3U bent standvastig en hebt veel verdragen omwille van mijn naam, zonder te verslappen. 4Maar dit heb ik tegen u: u hebt de liefde van weleer opgegeven. 5Bedenk van welke hoogte u gevallen bent. Breek met het leven dat u nu leidt en doe weer als vroeger. Anders kom ik naar u toe en neem ik, als u geen berouw toont, uw lampenstandaard van zijn plaats. 6Het pleit echter voor u dat u net als ik de praktijken van de Nikolaïeten verafschuwt. 7Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.”
Nieuwe Bijbelvertaling 2004
“Sed ut perspiciatis unde omnis iste natus error sit voluptatem accusantium doloremque laudantium, totam rem aperiam, eaque ipsa quae ab illo inventore veritatis et quasi architecto beatae vitae dicta sunt explicabo. Nemo enim ipsam voluptatem quia voluptas sit aspernatur aut odit aut fugit, sed quia consequuntur magni dolores eos qui ratione voluptatem sequi nesciunt. Neque porro quisquam est, qui dolorem ipsum quia dolor sit amet, consectetur, adipisci velit, sed quia non numquam eius modi tempora incidunt ut labore et dolore magnam aliquam quaerat voluptatem. Ut enim ad minima veniam, quis nostrum exercitationem ullam corporis suscipit laboriosam, nisi ut aliquid ex ea commodi consequatur? Quis autem vel eum iure reprehenderit qui in ea voluptate velit esse quam nihil molestiae consequatur, vel illum qui dolorem eum fugiat quo voluptas nulla pariatur?”
Bibliografie
Bauckham Richard, Climax of Prophecy Studies on the Book of Revelation. Edinburgh, T&T Clark 1993
Beale Gregory K., Campbell David H, Revelation. Cambridge U.K., Eerdmans 2015